Alternatieven (toch) relevant voor bestemmingsplan?

De Afdeling heeft in een uitspraak van 17 oktober (ECLI:NL:RVS:2018:3362) geoordeeld dat de aanwezigheid van een alternatief planinitiatief ertoe leidt dat nader onderzoek had moeten worden gedaan naar de wenselijkheid en haalbaarheid van dat initiatief. Dit is tamelijk bijzonder. Het bestaan van alternatieven wordt in veel planprocedures naar voren gebracht, maar stuit over het algemeen af op de beleidsvrijheid die de raad heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan.

Beleidsvrijheid gemeenteraad

Het is vaste jurisprudentie dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De keuzes die worden gemaakt naar aanleiding van die afweging, vallen al snel onder de beleidsruimte die de gemeenteraad heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Die beleidsruimte heeft tot gevolg dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet zelf vaststelt of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Een beroep op een alternatieve invulling van het plangebied slaagt daarom niet vaak.

Alternatief plan nader onderzoeken

Dit was echter wel het geval bij het bestemmingsplan waar de uitspraak van 17 oktober 2018 over gaat. In dat geval gaat het over de invulling van een “gat in de markt” van Haaksbergen. De gemeente was al enige tijd bezig om te komen tot een invulling van dat centrumgebied. Daarbij was eerder een haalbaarheidsstudie opgesteld, waaruit zou blijken dat een variant met een supermarkt de voorkeur geniet, boven een variant zonder een supermarkt. Na verschillende overleggen kiest de gemeenteraad uiteindelijk voor de variant zonder supermarkt. Dit terwijl een eigenaar van gronden binnen het plangebied plannen heeft ontwikkeld, waarin wel plaats was voor een supermarkt. Bovendien kon de initiatiefnemer aantonen dat het plan financieel uitvoerbaar kon zijn en er behoefte was aan de realisatie van een supermarkt ter plaatse. Desalniettemin koos de gemeenteraad voor de in eerste instantie minder gewenste variant zonder supermarkt. De grondeigenaar besloot daarop in beroep te gaan tegen de vaststelling van het plan.

Hoewel het bestaan van alternatieven over het algemeen door de Afdeling redelijk gemakkelijk wordt afgeserveerd, komt de Afdeling in deze uitspraak tot de conclusie dat de gemeenteraad niet zomaar aan het plan van appellant voorbij had kunnen gaan. De Afdeling acht van belang dat de raad heeft bevestigd dat het aangepaste supermarktplan niet in financieel opzicht is beoordeeld, terwijl aannemelijk was dat dit plan voor de gemeente inmiddels financieel aantrekkelijker was dan het initiatief dat die appellant eerder al bij de gemeente had neergelegd. Verder oordeelt de Afdeling onder meer dat de raad niet heeft onderbouwd waarom een supermarkt vanwege de wijze van bevoorrading en de verkeersaantrekkende werking voor omwonenden minder gewenst is dan de centrumvoorzieningen en de woningen waarin het wel vastgestelde bestemmingsplan voorziet.

Dit maakt dat de Afdeling tot een oordeel komt dat de gemeenteraad zich niet op basis van de gebezigde argumenten op het standpunt heeft kunnen stellen dat het supermarktplan niet wenselijk en haalbaar is. In dit geval leidt dat zelfs tot een “kale vernietiging” van het vastgestelde bestemmingsplan. De Afdeling was kennelijk van mening dat het alternatieve plan waarschijnlijk dusdanig beter was dat de toegestane ontwikkeling in het geheel niet meer plaats zal gaan vinden.

Huiswerk doen loont

Hoewel het bestaan van alternatieven normaal gesproken niet snel zal betekenen dat een bestemmingplan voor een ander plan niet kan worden vastgesteld, kan met een goed uitgewerkt en onderbouwd initiatief worden bereikt dat de gemeenteraad niet meer om dat alternatieve plan heen kan. Hiermee kan wellicht worden voorkomen dat interessante ontwikkelingen op andermans grond landen.

Dit betekent voor grondeigenaren binnen een gebied waar nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn, dat zij met het (tijdig!) doen van het nodige huiswerk mogelijk kunnen voorkomen dat wenselijke ontwikkelingen aan hun neus voorbij gaan.

Ook gepubliceerd in Vastgoedjournaal
Robin Evens.

Advocaat: Omgeving en overheid

17 oktober 2018 Kennis

Stuur Robin een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.