Kennis

De nieuwe Wet Franchise: overleg tussen franchisegever en franchisenemer(s)

  90x      3 min      21 oktober 2020

Eerder schreven mijn collega Valerie Lipman en ik over de aanstaande wijzigingen op het gebied van franchise vanwege de invoering van de nieuwe Wet Franchise. Zoals het er nu naar uit ziet treedt de Wet Franchise al op 1 januari 2021 in werking en heeft deze verstrekkende gevolgen voor franchisegevers en -nemers. Voor een algemeen overzicht van de wijzigingen verwijzen wij u graag naar ons eerdere blog.

In deze serie bespreken wij de belangrijkste wijzigingen op het gebied van franchise aan de hand van vier onderdelen:
1. De precontractuele uitwisseling van informatie

2. De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst

3. De beëindiging van de franchisesamenwerking

4. Het overleg tussen franchisegever en franchisenemer(s)

Deel 4: overleg tussen franchisegever en franchisenemer(s)

In dit blog behandelen we de veranderingen op het gebied van overleg tussen franchisegever en franchisenemer(s). De nieuwe Wet Franchise introduceert namelijk specifieke wettelijke overlegverplichtingen. In twee nieuw in te voeren wetsartikelen (artikel 7:916 lid 3 en 7:921 BW)  worden de overlegverplichtingen opgenomen. Goed overleg is cruciaal voor de verstandhouding tussen franchisegever en franchisenemer en begint eigenlijk al voordat er überhaupt een overeenkomst is gesloten. Met elkaar in gesprek blijven is niet alleen van belang voor de samenwerking tussen franchisegever en –nemer, maar wordt door de wetgever ook gezien als opmaat voor instemming. Instemming van de franchisenemer(s) is namelijk vereist indien de franchisegever van plan is wijzigingen door te voeren in de franchiseformule of een afgeleide formule beoogt met mogelijk financiële gevolgen (afhankelijk van drempelwaarden) voor de bestaande franchisenemer(s).

Verplichting tot overleg en invoering van drempelwaardes voor instemming

Franchisegever en franchisenemer zijn op grond van de nieuwe Wet Franchise verplicht minimaal één keer per jaar overleg met elkaar te voeren. De wijze waarop dit overleg plaatsvindt is aan partijen zelf. Vaker met elkaar in overleg treden kan wenselijk zijn, maar dat is niet verplicht. Volgens de wetgever is de franchisebranche dermate divers dat partijen zelf een overlegmodus dienen te vinden, aan de hand van de omstandigheden van het geval. Zo kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om bij een nieuwe franchiseformule vaker met elkaar in overleg te treden, aangezien zowel franchisegever als franchisenemer wellicht tegen problemen aanlopen. Bij grotere franchiseketens kan overleg ook plaatsvinden door gebruik te maken van een franchisevertegenwoordiging (door middel van een vereniging). De vertegenwoordigers koppelen vervolgens terug aan de achterban.  

Zoals wij in ons blog over tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst bespraken voorziet de wet eveneens in een instemmingsrecht voor de franchisenemer voor bepaalde besluiten van de franchisegever. Het gaat hier dan in feite om gevallen waarin de franchisegever een wijziging in de franchiseformule wil doorvoeren of een afgeleide formule wil exploiteren, zonder dat de franchiseovereenkomst ter uitvoering daarvan wordt gewijzigd (in dat geval is hoe dan ook instemming vereist). De franchiseovereenkomst dient voor dergelijke situaties drempelwaardes te bevatten. Op het moment dat wordt verwacht dat de financiële gevolgen van door de franchisegever voorgenomen besluiten de drempelwaardes overstijgen, is instemming van de franchisenemers vereist. Franchisegever en franchisenemer dienen samen te bekijken waar mogelijke financiële risico’s liggen en hoe deze eventueel kunnen worden verminderd of opgevangen. Overleg voorafgaand aan instemming is dus cruciaal.

Belang van onderhandelen over drempelwaardes

Vanuit de franchisegever bezien betekent dit dat indien de overeengekomen drempelwaardes niet worden overschreden, overleg met (en dus instemming van) franchisenemers in eerste instantie niet verplicht is. Van belang is om op te merken dat de franchisegever vaak degene is die de franchiseovereenkomst opstelt. De franchisegever heeft dus in vergaande mate regie over de hoogte van de drempelwaardes en de reikwijdte van de verplichting tot overleg en instemming. De franchisenemer dient er bedacht op te zijn dat hij tijdens de precontractuele fase waar nodig moet onderhandelen over de vrijheid die de franchisegever krijgt om zonder overleg en instemming wijzigingen en afgeleide formules door te voeren. Doet de franchisenemer dit niet, dan kan hij worden geconfronteerd met het feit dat zonder overleg en instemming wijzigingen kunnen worden doorgevoerd. 

Heeft u vragen over de nieuwe Wet Franchise of wilt u advies over het opstellen van franchiseovereenkomsten? Neem dat contact op met Valerie Lipman of Joost van Dongen.


Lees ook


Stuur Joost uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.