Kennis

Een machtig wapen bij de incasso van een vordering: de informatieplicht van de schuldenaar revisited

  34x      4 min      8 september 2022

In de praktijk komt het regelmatig voor dat een schuldenaar niet vrijwillig betaalt. In dat geval kunt u als schuldeiser beslag laten leggen door een deurwaarder. Dit kan na het behalen van een positief vonnis, waarin de schuldenaar is veroordeeld tot betaling (de executoriale fase), maar ook vóór het behalen van een vonnis (de conservatoire fase). Voor het leggen van conservatoir beslag is echter vooraf verlof van de voorzieningenrechter vereist.

Als schuldeiser kunt u uw vordering op het gehele vermogen van de schuldenaar verhalen. Tot dit vermogen behoren ook de vorderingen die de schuldenaar op zijn beurt op derden heeft. Werkt de schuldenaar bijvoorbeeld in loondienst, dan heeft hij uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst elke maand loon te vorderen van zijn werkgever. 

Daarnaast is het mogelijk dat de schuldenaar maandelijks inkomsten uit pensioen of een uitkering ontvangt. Deze vorderingen behoren ook tot het vermogen van de schuldenaar en hierop kan dus beslag worden gelegd. Men spreekt in dat geval ook wel over “derdenbeslag”.

De informatieplicht van artikel 475g Rv

Wanneer een deurwaarder derdenbeslag legt op een periodiek inkomen van de schuldenaar, is de schuldenaar op grond van artikel 475g Rv verplicht om zijn “bronnen van inkomsten” op te geven, zodat de deurwaarder daar bij het berekenen van de beslagvrije voet rekening mee kan houden. Over deze informatieverplichting schreef Reinier Pijls eerder een artikel.

Voorheen werd over het algemeen aangenomen dat de informatieplicht zich – naast bronnen van inkomsten – ook uitstrekt tot opgave van (binnen- en buitenlandse) vermogensbestanddelen. In 2021 heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat dit niet het geval is, met als gevolg dat de reikwijdte van artikel 475g Rv in enige mate is beperkt. De casus die aanleiding gaf tot het arrest was, samengevat weergegeven, als volgt.

Achtergrond en procesverloop

In deze zaak werd de schuldenaar door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een geldbedrag van ruim € 50.000. De schuldeiser legt vervolgens beslag op de AOW-uitkering van de schuldenaar, omdat hij niet vrijwillig aan het vonnis voldoet. 

Nu het in deze zaak gaat om een derdenbeslag op een periodiek inkomen, is de deurwaarder op grond van artikel 475c Rv in beginsel verplicht om een beslagvrije voet toe te passen. De AOW-uitkering werd echter zonder vermindering van de beslagvrije voet aan de schuldeiser uitbetaald. Zowel de schuldeiser als de deurwaarder waren namelijk van mening dat de beslagvrije voet niet hoefde te worden toegepast, omdat de schuldenaar in Turkije woonde en daar over aanvullend vermogen zou beschikken.

De schuldenaar start daarop een kort geding tegen de schuldeiser, waarin hij opheffing van het beslag vordert, althans toepassing van de beslagvrije voet en terugbetaling van het bedrag dat in strijd met de beslagvrije voet is geïncasseerd. De schuldeiser vordert op zijn beurt dat de schuldenaar een gedetailleerde opgave van zijn volledige inkomen én vermogen in het binnenland en buitenland moet verstrekken.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep wordt de tegenvordering van de schuldeiser afgewezen. Het hof overwoog daartoe dat de informatieplicht van artikel 475g Rv enkel ziet op bronnen van inkomsten in Nederland.

Buitenlandse inkomstenbronnen en (binnen- en buitenlandse) vermogensbestanddelen hoeven niet door de schuldeiser te worden opgegeven, aldus het hof. De schuldeiser stelt hiertegen cassatieberoep in.

De reikwijdte van de informatieplicht: wél opgave van binnen- en buitenlandse inkomstenbronnen, géén opgave van (binnen- en buitenlandse) vermogensbestanddelen

In cassatie draait het vervolgens om de reikwijdte van de informatieplicht van artikel 475g Rv. Daarbij staan twee vragen centraal, namelijk:

  • Wordt onder “bronnen van inkomsten” ook buitenlands inkomen begrepen?  
  • Is de schuldenaar op grond van deze bepaling verplicht om daarnaast opgave te doen van zijn (binnen- en buitenlandse) vermogensbestanddelen?

Wat betreft de eerste vraag overweegt de Hoge Raad dat de opgave van “bronnen van inkomsten” niet beperkt is tot inkomsten in Nederland. De reden die daaraan ten grondslag ligt, is dat ook buitenlandse inkomsten van belang zijn voor het vaststellen van de beslagvrije voet. De schuldenaar is daarom verplicht om ook zijn buitenlandse inkomsten aan de deurwaarder door te geven.

Wat betreft de tweede vraag stelt de Hoge Raad voorop dat een schuldenaar op grond van artikel 475g Rv slechts verplicht is om opgave van zijn bronnen van inkomsten te doen, en dus niet van zijn vermogen.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt namelijk dat de wetgever de informatieplicht minder ver heeft willen doen strekken dan de mededelingsplicht die op een schuldenaar rust in geval van faillissement.

Zo is een schuldenaar die failliet is verklaard op grond van artikel 105 Fw verplicht om alle gewenste inlichtingen aan de curator te verschaffen. Bovendien is een failliete schuldenaar verplicht om de curator uit eigen beweging in te lichten over feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de vereffening van de faillissementsboedel. In geval van faillissement is een schuldenaar dus wél verplicht om volledige openheid van zaken te geven over zijn vermogenspositie. Zo ver gaat de informatieplicht van artikel 475g Rv dus niet.

De algemene informatieplicht uit Tripels/Masson

Bedacht dient te worden dat de informatieplicht van artikel 475g Rv alleen van toepassing is in geval van derdenbeslag. Dit is echter niet de enige informatieplicht die in het kader van beslag en executie op een schuldenaar rust.

In het arrest Tripels/Masson overwoog de Hoge Raad namelijk dat een schuldenaar die veroordeeld is tot betaling van een geldsom, in beginsel verplicht is om inlichtingen te verschaffen aan de schuldeiser omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie en alle voor verhaal vatbare goederen.

Deze algemene informatieplicht in de executiefase vindt zijn grondslag in de beginselen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW en artikel 6:248 BW) en gaat verder dan alleen de opgave van bronnen van inkomsten.

Op die informatieplicht zou een schuldeiser dus nog een beroep kunnen doen naast een beroep op artikel 475g Rv, indien hij over een veroordeeld vonnis beschikt dat hij wil executeren op het vermogen van zijn schuldenaar.

Conclusie

De Hoge Raad heeft in zijn arrest verduidelijkt dat de informatieplicht van artikel 475g Rv beperkt is tot opgave van inkomstenbronnen in Nederland en buitenland. De schuldeiser is op grond van deze bepaling niet verplicht tot opgave van binnenlands of buitenlands vermogen.

De beperkte uitleg van de Hoge Raad doet in onze ogen echter niets af aan de algemene informatieplicht uit het arrest Tripels/Masson, die in de executiefase op een schuldenaar rust.

Heeft u als schuldeiser een positief vonnis behaald, dan kunt u de schuldenaar met een gericht informatieverzoek (en op de juiste grondslag) in onze ogen dus wel degelijk verplichten om informatie te verstrekken over zijn binnenlandse en buitenlandse vermogensbestanddelen.

De advocaten in ons team zijn gespecialiseerd in high end incasso en kunnen u adviseren bij beslag- en executievraagstukken. Neem bij vragen hierover gerust contact met ons op.


Lees ook


Stuur Reinier uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.