Hennepteelt in bedrijfspand, burgemeester kan (toch) niet overgaan tot sluiting

Hoe ver gaat de (bestuursrechtelijke) plicht voor een verhuurder om te controleren of er geen illegale hennepteelt in zijn pand plaatsvindt? De bestuursrechter is daarin streng. Van een verhuurder wordt een verregaande inspanning verwacht om het feitelijk gebruik te controleren. Als een verhuurder die inspanning onvoldoende verricht, oordeelt de rechter steevast dat een sanctiemaatregel, veelal een tijdelijke sluiting van een pand, terecht wordt opgelegd.

Toch is een sanctiemaatregel niet altijd gerechtvaardigd. Als een verhuurder zich houdt aan specifieke controleadviezen van een gemeente en er desondanks een hennepkwekerij wordt aangetroffen, dient van het opleggen van een sanctiemaatregel te worden afgezien, zo blijkt uit een uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2019.

Wat was er aan de hand?

Deze procedure gaat over een verhuurd bedrijfspand in Helmond. Tijdens een politie-inval zijn in dit pand in totaal 486 hennepplanten, 39 assimilatielampen en 5 koolstoffilters aangetroffen, verdeeld over verschillende ruimtes. De burgemeester van Helmond heeft vervolgens besloten om het pand op grond van de Opiumwet te sluiten voor 6 maanden.

De verhuurder van het pand is het niet eens met deze sluiting. Na ongelijk te hebben gekregen in een bezwaar- en beroepsprocedure, stelt de verhuurder hoger beroep in bij de Afdeling. Zij is van mening dat haar niets te verwijten valt en de burgemeester ten onrechte het pand heeft gesloten.

Zorgvuldig verhuurder

Uit de uitspraak blijkt dat de verhuurder bij het selecteren van de huurder zorgvuldig te werk is gegaan. Zij heeft het pand via een makelaar verhuurd, waarbij de betrouwbaarheid en kredietwaardigheid van de huurder grondig zijn gecontroleerd. In het contract met de huurder zijn daarnaast verschillende bepalingen opgenomen om (illegale) hennepteelt te voorkomen. Zo is er in de huurovereenkomst bepaald dat de verhuurder bij constatering van illegale activiteiten kan overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand en is er specifiek een verbod op een hennepkwekerij opgenomen.

De huurder gaf aan het pand te willen gebruiken als bedrijfspand. Hij had al een vestiging van zijn bedrijf in Eindhoven en wilde daarnaast een vestiging in Helmond. De verhuurder is – hoogstwaarschijnlijk als extra controlecheck – gaan kijken bij de vestiging in Eindhoven, waar haar niets bijzonders is opgevallen.

Controle

In de eerste maanden dat het pand werd verhuurd, is de verhuurder verschillende keren bij de huurder langsgegaan om het pand te controleren en de huurder te leren kennen. Er was toen geen enkele indicatie dat er illegale activiteiten plaatsvonden.

Toen de verhuurder na 4 maanden het pand nogmaals kwam controleren trof zij echter een ravage aan. De verhuurder heeft daarop direct contact opgenomen met de politie, die haar aangaf dat de politie de week daarvoor een inval had verricht en daarbij een hennepkwekerij had aangetroffen. Ruiming heeft direct plaatsgevonden.

De burgemeester heeft in een beleidsregel vastgelegd dat als een dergelijke hoeveelheid hennep in een bedrijfspand wordt aangetroffen, wordt overgegaan tot sluiting. Zo geschiedde.

Bevoegd tot sluiting, maar altijd maatwerk

In de procedure bij de Afdeling staat niet ter discussie dat de burgemeester op grond van de hoeveelheid aangetroffen hennep bevoegd was om het pand te sluiten.

Dat neemt niet weg, stelt de Afdeling, dat de burgemeester altijd een nadere beoordeling moet maken. Hij dient daarbij alle omstandigheden van het geval te betrekken en te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden maken dat hij van zijn beleid zou moeten afwijken.

Bijzondere omstandigheden?

De verhuurder stelt in hoger beroep dat zij met de periodieke controle volledig in lijn met het gemeentelijk ‘advies’ heeft gehandeld.

De verhuurder doelt daarmee op de folder “Voorkom een hennepkwekerij in uw woning of bedrijfspand”, die door de gemeente Helmond wordt uitgegeven. Hierin staat dat één controle per kwartaal voldoende is, aangezien hennepteelt een cyclus van 8 tot 10 weken heeft. De verhuurder stelt dat zij (ruimschoots) aan dit controle-advies heeft voldaan.

De folder geeft tevens aan dat als er een hennepkwekerij wordt aangetroffen, of daartoe een vermoeden bestaat, direct contact moet worden opgenomen met de politie. Ook dat heeft de verhuurder gedaan. Wat kon er dan nog meer van haar worden verwacht?

Sluiting ten onrechte

De Afdeling hecht aan deze argumenten van de verhuurder grote waarde. De verhuurder heeft volledig in lijn met het gemeentelijk ‘advies’ gehandeld. De Afdeling komt dan ook tot een ander oordeel dan de bezwarencommissie en de rechtbank: de burgemeester had onder deze omstandigheden niet tot sluiting mogen overgaan.

Conclusie

De bestuursrechter is duidelijk dat vastgoedeigenaren verplicht zijn om frequent en grondig door hen verhuurde panden te controleren. Die verplichting gaat soms best ver. Maar als een vastgoedeigenaar zich volledig conformeert aan gemeentelijk ‘advies’ straft de Afdeling een sanctiemaatregel, hoewel daar wettelijk wel een bevoegdheid toe bestaat, af.

Arjan Loo.

Advocaat: Omgeving en overheid

13 maart 2019 Kennis

Stuur Arjan een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.