Noodfinanciering in het geval van een dwarsliggende aandeelhouder

In tijden van crisis is soms nodig dat het eigen vermogen van de onderneming (NV of BV) wordt verstevigd door middel van de toetreding van nieuwe aandeelhouders die tegen de uitgifte van nieuwe aandelen ‘vers’ kapitaal storten. Voor zittende aandeelhouders betekent dit echter verwatering, en soms proberen aandeelhouders er alles aan te doen om dat te voorkomen.

Wat nu als de nood aan de man is en één van de aandeelhouders de besluitvorming kan blokkeren zonder dat deze aandeelhouder in staat is zelf voor de nodige financiering te zorgen? Op deze manier kan een individuele aandeelhouder de continuïteit van een onderneming in gevaar brengen, zeker in het geval alle mogelijkheden om externe (bank)financiering aan te trekken zijn uitgeput en op korte termijn een liquiditeitsprobleem moet worden opgelost. Dit soort situaties heeft zich in het verleden al eens voorgedaan, en de kans is groot dat de geschiedenis zich gaat herhalen in de corona crisis. Dat is reden om in dit blog kort stil te staan bij de criteria die in de rechtspraak zijn ontwikkeld voor het doorbreken van zo’n blokkade.

Ondernemingskamer

In het verleden heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, die bij uitstek geschikt is om dit soort betrekkelijk complexe situaties te behandelen, al eens beslist dat onder bijzondere omstandigheden een zogenaamde ‘blocking vote’ van een aandeelhouder (tegen de wil van die aandeelhouder) buiten werking kan worden gesteld. Hieraan worden echter strenge eisen gesteld. Er moet sprake zijn van:

  1. ernstige liquiditeits- en continuïteitsproblemen;
  2. impasse in de besluitvorming in de zin dat de noodzaak van financiering wordt ingezien maar niet wordt gerealiseerd;
  3. er bestaat geen reëel uitzicht op financiering via een andere wijze.

Wordt een verzoek bij de Ondernemingskamer toegewezen, dan kan de Ondernemingskamer voorlopige voorzieningen treffen die erop neerkomen dat het bestuur toch de bevoegdheid wordt gegeven aandelen te geven zonder dat de betreffende aandeelhouder voor het betreffende voorstel stemt. Over een dergelijke procedure moet overigens niet licht worden gedacht, want een procedure bij de Ondernemingskamer is ingrijpend voor de betrokkenen en bovendien kostbaar. Dat is omdat de Ondernemingskamer verregaande bevoegdheden heeft, en personen (veelal een onderzoeker in combinatie met een tijdelijke bestuurder of commissaris) kan benoemen die doorslaggevende invloed kunnen uitoefenen binnen de onderneming.

Heeft u liever persoonlijk advies? Bel ons gerust of stuur me een e-mail. We zijn er voor u!

Op de hoogte blijven van juridische gevolgen van het coronavirus?

Tom Teggelaar.

Partner: Ondernemen

23 maart 2020 Kennis

Stuur Tom een reactie


  • U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.