Slapende dienstverbanden: soms toch toegestaan?

Of slapende dienstverbanden wel of niet zijn toegestaan, blijft nog even onduidelijk. In april van dit jaar heeft de rechtbank Limburg daar vragen over gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad moet zich daar binnen enkele weken over uitlaten. Vanochtend werd het onafhankelijke advies van de Advocaat-Generaal (AG) aan de Hoge Raad in de zaak vast gepubliceerd. Dat advies wordt altijd als zeer belangwekkend gezien. De Hoge Raad moet zich nu nog zelf over de kwestie uitlaten.

Een verplichting om de samenwerking in alle gevallen na twee jaar ziekte te beëindigen volgt volgens de AG in ieder geval niet uit de wet. In veel situaties lijkt het wel verstandig om het dienstverband toch te beëindigen en ook af te rekenen. Volgens de AG mag dat van werkgevers gevraagd worden op grond van het goed werkgeverschap. De transitievergoeding kan daarna worden teruggevorderd via het UWV. De AG sluit haar conclusie af met de volgende tekst waarin zij de hoofdregel en uitzonderingen verduidelijkt:

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een werkgever op grond van de norm van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden is om in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding, indien is voldaan aan de vereisten in art. 7:669 lid 3, aanhef en onder b, BW.

Op dit uitgangspunt dient een uitzondering te worden gemaakt wanneer, op grond van door de werkgever te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden, moet worden geoordeeld dat de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Hierbij kan aan de volgende omstandigheden kunnen worden gedacht:

(i) het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, waardoor de werkgever een belang heeft bij het in dienst houden van de werknemer;

(ii) voor de periode tot aan de inwerkingtreding van de Wet compensatie transitievergoeding: financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;

(iii) het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding. Hierbij zou een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen omstandigheden (die debet zijn aan het niet of niet volledig gecompenseerd krijgen van de transitievergoeding) die in de risicosfeer van de werkgever liggen, en omstandigheden die in de risicosfeer van de werknemer liggen;

(iv) mogelijke andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.”

Of de Hoge Raad het advies van de AG overneemt, wordt op korte termijn bekend. Wij houden u van de ontwikkelingen op de hoogte. Mocht u met slapende dienstverbanden worden geconfronteerd, dan lijkt het belangrijk om nu alvast te inventariseren of aan een of meer van de hiervoor genoemde uitzonderingen is voldaan. Wij denken uiteraard graag met u mee!

Nieske Nijkamp.

Partner: Arbeid

18 september 2019 Kennis

Stuur Nieske een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.