Sportlandgoed Zwartemeer kan uitbreiden ondanks vrees voor overlast

Na een schorsing en een tussenuitspraak heeft de Raad van State heden groen licht gegeven voor de uitbreiding van Sportlandgoed Zwartemeer met evenementen en buggyrijden. Omwonenden verzetten zich tegen het plan omdat zij ook in de bestaande situatie al overlast ervaren. Een actueel onderwerp omdat de evenementenmarkt 'booming' is en omdat bestemmingsplannen en vergunningen hiervoor steeds vaker aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Opmerkelijk is de uitspraak van de Raad van State omdat deze nader ingaat op het aspect cumulatieve geluidhinder.

Cumulatieve geluidhinder

De omwonenden gaven aan al overlast te ervaren. Met de uitbreiding van activiteiten zou dat alleen maar erger worden. Hun kernargument was daarom ook dat niet alleen naar de geluidhinder ten gevolge van de uitbreiding van de activiteiten moet worden gekeken om de aanvaardbaarheid van de uitbreiding te beoordelen, maar dat het totaalplaatje in beeld moet worden gebracht. De Raad van State bevestigt in de tussenuitspraak van 13 juli 2016 onder verwijzing naar een uitspraak die al in 2010 is gedaan (ECLI:NL:RVS:2010:BN8586) dat in het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening ook naar de cumulatie van de directe en indirecte hinder tezamen met overige geluidsbronnen voor het woon- en leefklimaat moet worden gekeken. Omdat dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet is gebeurd moest de gemeente Emmen alsnog de cumulatieve geluidhinder in beeld brengen. Dat heeft de gemeente Emmen gedaan.

Miedema-methode een nuttig handvat

In de uitspraak van vandaag gaat de Raad van State nader in op de normstelling voor deze cumulatieve geluidhinder door de vraag te beantwoorden hoe deze moet worden beoordeeld. Het rapport, dat zowel aansluiting zoekt bij de zogenaamde Miedema-methode als bij de Wet geluidhinder - hoewel deze niet van toepassing is - doorstaat de toets der kritiek. De zogenaamde Miedema-methode houdt in dat met kleurcodes een waardering wordt gegeven aan de omgevingskwaliteit. In dit geval leidden de cumulatief berekende geluidbelastingen tot de conclusie dat volgens deze methode sprake is van een redelijke omgevingskwaliteit aan de ene kant van de woning en een goede omgevingskwaliteit aan de tuinzijde. Dat zelfs de maximale ontheffingswaarde van de Wet geluidhinder voor wegverkeerslawaai buiten de bebouwde kom - een waarde van 53 dB(A) - blijkens het rapport met 1 dB(A) werd overschreden leidde niet tot een ander oordeel. Voor een cumulatieve geluidbelasting gelden geen grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder. Maar omdat in dit geval wegverkeerslawaai - en niet het lawaai van het Sportlandgoed zelf - het maatgevende lawaai was, mocht toch bij die norm worden 'aangesloten'. En de overschrijding van die norm waarbij wordt aangesloten valt binnen de beoordelingsvrijheid die de gemeente Emmen heeft, omdat de omgevingskwaliteit daarmee nog steeds binnen de aanduiding 'redelijk' volgens de Miedema-methode blijft.

Conclusie

De les voor leisureontwikkelingen is dat zorgvuldig onderzoek moet worden gedaan naar de gevolgen van de activiteiten zelf, maar ook in breder verband, inclusief de gevolgen van reeds bestaande (andere) activiteiten in omgeving. Onderzoek naar cumulatieve geluidhinder dus. Daarbij kan de methode Miedema een nuttig handvat zijn om de aanvaardbaarheid van de cumulatieve geluidhinder voor het woon- en leefklimaat te beoordelen.

David Nas.

Partner: Omgeving en overheid, Onderwijs

03 mei 2017 Kennis

Stuur David een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.