Voor een geasfalteerde skeelerbaan van 5.100 m2 is geen omgevingsvergunning vereist

De Afdeling heeft gesproken: voor een geasfalteerde skeelerbaan van 5.100 m2 is geen omgevingsvergunning vereist. Dit blijkt uit haar uitspraak van 6 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:331). 

Deze uitspraak is om twee redenen interessant. Ten eerste omdat uit de uitspraak nog eens blijkt dat de Afdeling met grote regelmaat gebruik maakt van de “Van Dale” om te beoordelen of een bepaald gebruik op grond van een bestemmingsplan is toegestaan. Ten tweede omdat uit deze uitspraak (impliciet) volgt dat een geasfalteerde skeelerbaan van 5.100 m2 geen “bouwwerk” is.

Wat was er aan de hand?

Deze procedure gaat over de aanleg van een geasfalteerde skeelerbaan van 5.100 m2 op een groot grasveld in Warmond. Volgens de gemeente is er geen vergunning voor de aanleg van de skeelerbaan vereist.

Verschillende bewoners zijn het hier niet mee eens. Zij vinden dat het bestemmingsplan het niet toestaan om de gronden, waarop de skeelerbaan is voorzien, hiervoor te gebruiken. Het bestemmingsplan bepaalt namelijk dat op die gronden uitsluitend een ‘sportveld’ is toegestaan. Daar valt een skeelerbaan volgens hen niet onder. Ook vinden zij dat deze skeelerbaan een “bouwwerk” betreft, waar eveneens een vergunningplicht voor geldt.

In de bezwaarprocedure en de daarop volgende procedure bij de rechtbank krijgen de bewoners geen gelijk. Zij stellen daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitleg bestemmingsplan

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat voor de uitleg of een bepaald gebruik is toegestaan op grond van een bestemmingsplan de plankaart en de daarbij behorende regels bepalend zijn. Als die op zichzelf of in onderlinge samenhang niet duidelijk zijn, kijkt de Afdeling of de toelichting op het bestemmingsplan verheldering biedt. Als dat ook niet het geval is kijkt zij naar het normaal spraakgebruik, waarbij zij aansluit bij het “Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Taal”.

De gronden, waarop de skeelerbaan is voorzien, hebben de bestemming ‘Sport’, met de nadere aanduiding “sportveld”. De Afdeling constateert dat de betekenis van het begrip ‘sportveld’ in het bestemmingsplan niet is omschreven. Ook uit de toelichting op en de systematiek van het plan kan geen specifieke betekenis worden afgeleid.

De Dikke Van Dale als toetsingskader

 De Afdeling pakt dan ook het woordenboek erbij. Daarin wordt onder een ‘sportveld’ verstaan ‘een volgens de regels van de sport afgebakend veld’. Onder ‘sport’ wordt begrepen ‘een geheel van activiteiten die erop gericht zijn om de fysieke en/of mentale prestaties door middel van training en wedstrijden te verbeteren, zoals roeien, fietsen, zwemmen, schaatsenrijden, worden, voetballen, enzovoorts’.

De Afdeling concludeert dat een gebruik als skeelerbaan daarmee past binnen een functieaanduiding ‘sportveld’. Het gebruik van de gronden voor een skeelerbaan is volgens de Afdeling dan ook in overeenstemming met het bestemmingsplan.

Een les die uit dit oordeel kan worden getrokken, is dat – hoewel op het eerste oog een bepaald gebruik in strijd lijkt te zijn met het bestemmingsplan – altijd zeer kritisch moet worden bekeken of een bepaald gebruik ook daadwerkelijk verboden is.

Geasfalteerde skeelerbaan van 5.100m2 is geen bouwwerk

Waar de Afdeling zich niet expliciet over uitlaat, maar wat wel uit de uitspraak kan worden afgeleid, is dat zij vindt dat een dergelijke skeelerbaan geen bouwwerk is en dus ook geen vergunning voor het bouwen is vereist.

Bij de vraag of er een vergunningplicht voor het bouwen geldt kijkt de Afdeling altijd of er sprake is van “een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren” (ECLI:NL:RVS:2018:2657).

De skeelerbaan bestaat uit een asfalttoplaag van 3 cm, een asfalttussenlaag van 4 cm, een asfaltonderlaag van 5 cm met daaronder een argex onderlaag tot een diepte van 50 cm (met geïntegreerd drainagesysteem) en geotextiel folie.

Op zich lijkt de skeelerbaan daarmee aan de definitie van een ‘bouwwerk’. Toch oordeelt de rechtbank in haar uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2018:2969) anders. Het aanleggen van verharding is volgens de rechtbank, waarbij zij verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling (zie daarover: dit artikel), geen bouwwerk. Dat er voor de aanleg ook een argex onderlaag, een drainage en een geotextiel folie nodig zijn maakt voor de rechtbank geen verschil. Deze maken immers onderdeel uit van de verharding.

Ondanks dat de Afdeling zich hier niet expliciet over uitspreekt lijkt zij dit oordeel te delen. Mocht de Afdeling er anders over hebben gedacht, zou zij immers gehouden zijn daar een expliciet oordeel over te geven (ECLI:NL:RVS:2004:AQ6634).

Het eindoordeel van de Afdeling is dan ook dat voor de aanleg van de geasfalteerde skeelerbaan van 5.100 m2 in het geheel geen vergunningplicht geldt.

Conclusie

De les die uit deze uitspraak kan worden getrokken is allereerst dat altijd kritisch moet worden bekeken of een gewenst gebruik past binnen het bestemmingsplan. Dat kan soms een onverwachte uitkomst opleveren. Dat geldt ook voor de vraag of er in sommige gevallen eigenlijk wel sprake is van een ‘bouwwerk’. Immers: alleen als er sprake is van een bouwwerk is er een vergunning voor een bouwactiviteit vereist!

Arjan Loo.

Advocaat: Omgeving en overheid

07 februari 2019 Kennis

Stuur Arjan een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.