Welstandsoordeel kan de bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan niet beperken

Kan een welstandscommissie eisen aan een bouwplan stellen? En zo ja, welke eisen zijn dat dan? Die vraag komt vaak in een juridische procedure naar voren. Uit een uitspraak van 10 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1104) blijkt nog maar eens dat een welstandsoordeel zijn grenzen heeft. De bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan zijn (en blijven) leidend.

Wat was er aan de hand?

Deze uitspraak gaat over twee vergunningen, die zijn verleend voor het bouwen van twee afzonderlijke woningen in Eindhoven. Het betreft woningen met een groot bouwvolume. Eén woning heeft een bouwvolume van 1165 m3. De andere woning heeft een bouwvolume van 748 m3.

Een appellant, waarschijnlijk een direct omwonende, is het niet eens met deze vergunningen. Hij vindt dat deze woningen te massaal zijn. Naar zijn oordeel zijn de woningen in strijd met redelijke eisen van welstand. Naar zijn mening is het bouwvolume van de woningen ten onrechte niet in de welstandstoets betrokken.

Welstandsadvies onderdeel van toetsing, maar niet bindend

Een bouwplan moet worden getoetst aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan, maar wordt ook beoordeeld op het gebied van welstand. Voorafgaand aan het besluit over vergunningverlening wordt dan ook veelal een welstandsadvies uitgebracht.

In een eerdere blog lichtte ik al toe dat het niet zo is dat een welstandsadvies een verplichting kan meebrengen om een vergunning al dan niet te verlenen. Dat oordeel is altijd aan het college van B&W. Wel is een welstandsoordeel een door het college mee te wegen belang.

Welstand en bestemmingsplan: bestemmingsplan leidend

De vraag bij een welstandsbeoordeling is vaak hoe ver die beoordeling kan gaan. Immers zijn er in een bestemmingsplan ook altijd bouwregels opgenomen.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat een welstandstoets zich in beginsel dient te richten naar de bouwmogelijkheden die een bestemmingsplan biedt. De Afdeling licht dat toe vanwege het algemene karakter van een welstandstoets. De voor de grond geldende bebouwingsmogelijkheden, het ‘maatwerk’ dat in een bestemmingsplan is opgenomen, blijft het uitgangspunt. Een welstandsoordeel kan aan die mogelijkheden (in beginsel) niet afdoen.

Keuzemogelijkheden: meer ruimte voor (negatief) welstandsadvies

De Afdeling heeft deze lijn enige jaren geleden wel enigszins genuanceerd. Naarmate het bestemmingsplan meer keuze laat tussen verschillende mogelijkheden om een bouwplan te realiseren, ontstaat er meer ruimte voor een welstandsoordeel. Het college heeft dan

– met inachtneming van de uitgangspunten van het bestemmingsplan – meer beoordelingsruimte om in het kader van de welstandstoets een ter beoordeling voorliggend bouwplan in strijd met redelijke eisen van welstand te achten zonder dat dat oordeel geacht moet worden te leiden tot een belemmering van de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

Het kan wel zo zijn dat uit de voorschriften en de systematiek van het bestemmingsplan volgt dat een keuze niet of slechts in beperkte mate aanwezig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als bebouwingsmogelijkheden gedetailleerd in het bestemmingsplan zijn opgenomen. In dat geval vormt die opzet bij de welstandstoets een dwingend gegeven. De grens van een welstandstoets wordt dan eerder overschreden.

Welstandsadvies kan geen afbreuk doen aan impliciete bouwmogelijkheden

In deze procedure zijn in het bestemmingsplan (expliciete) regels opgenomen over het bouwvlak, het bebouwingspercentage en de bouw- en goothoogte. Er zijn geen (expliciete) regels opgenomen over het toegestane bouwvolume.

Volgens de appellant had het bouwvolume dan ook bij het welstandsadvies moeten worden betrokken. Het bestemmingsplan bepaalt hier immers niets over.

De Afdeling denkt daar anders over. Volgens de Afdeling is het maximaal toelaatbare bouwvolume weliswaar niet opgenomen in het bestemmingsplan, maar volgt dit wel in verregaande mate uit de planregels over het bouwvlak, het bebouwingspercentage en de bouw- en goothoogte. De Afdeling overweegt:

Dat betekent dat het bouwvolume impliciet is geregeld in het bestemmingsplan, zodat dit bij de welstandstoets dient te worden gerespecteerd.

Het feit het bestemmingsplan in dit geval ruimte laat voor verscheidenheid in bouwvolume doet volgens de Afdeling niet ter zake. Een oordeel dat het aangevraagde bouwvolume in strijd zou zijn met redelijke eisen van welstand, zou namelijk betekenen dat een bouwplan uitsluitend kan worden vergund indien de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan niet volledig worden benut.

Een welstandstoets kan daar niet toe verplichten. Dat leidt namelijk tot een belemmering van de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan. En dat gaat te ver.

Conclusie

De Afdeling laat in deze uitspraak nog eens duidelijk zien dat een welstandsoordeel niet kan afdoen aan bouwmogelijkheden in een bestemmingsplan. De regels uit een bestemmingsplan – en daarmee de rechtszekerheid – staan voorop.

De Afdeling kiest daarbij voor een ruime uitleg van de regels in het bestemmingsplan, zoals ook blijkt uit de blog over een uitspraak van de Afdeling van 28 november 2018.

De Afdeling is duidelijk: niet alleen expliciete bouwvoorschriften, maar ook (impliciete) bouwmogelijkheden die uit die deze voorschriften volgen mogen niet worden betrokken bij een welstandsadvies.

Arjan Loo.

Advocaat: Omgeving en overheid

10 april 2019 Kennis

Stuur Arjan een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.