Kennis

Werkgevers en senioren let op: per 1 januari tijdelijke vrijstelling RVU!

  119x      2 min      19 oktober 2020

Als je, zoals ik, net twee jaar in Nieuw Zeeland hebt gewoond, ga je opeens nadenken over je pensioen. Hoe kan ik mijn oude dag goed besteden? En kan ik ook eerder stoppen zodat ik wat langer kan genieten van de prachtige natuur aan de andere kant van de wereld?

Ik wist dat een werkgever niet zomaar een regeling met zijn werknemer kan treffen die tot doel heeft een overbruggingsuitkering tot aan de pensioendatum te bieden. Zo’n regeling werd sinds 1 januari 2005 beschouwd als een RVU, een Regeling Vervroegde Uittreding. Als daarvan sprake was, was de werkgever een eindheffing van 52% verschuldigd. Dat maakte zo’n regeling ineens een stuk minder aantrekkelijk.

Maar toen was er het Pensioenakkoord van juni 2019. Daarin is afgesproken dat werkgevers met oudere werknemers wel afspraken kunnen maken over eerder stoppen met werken, zonder dat deze regeling als een RVU wordt gezien. Volgens de regering was er meer behoefte aan flexibele mogelijkheden om het pensioen te besteden. Daarnaast moest er een oplossing komen voor zware beroepen waarin het voor oudere werknemers heel moeilijk is gezond de steeds maar stijgende AOW-leeftijd te bereiken. Per 1 januari 2021 is het zover. Werkgevers en werknemers kunnen per die datum gebruik maken van de RVU-vrijstelling, een tijdelijke maatregel voor een periode van vijf jaar.

Wie kan van deze vrijstelling gebruikt maken en hoe werkt het?

De regeling geldt voor werknemers die binnen drie jaar hun AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. Werkgevers kunnen vanaf 2021 tot en met 2025 tot een in de wet bepaald bedrag een van RVU-heffing vrijgestelde uitkering, bijdrage of premie toekennen aan hun werknemers. Er geldt een maximum bedrag dat van RVU is vrijgesteld van € 1.767 per maand. Voor het treffen van de regeling geldt wederzijdse vrijwilligheid. Beide partijen moeten instemmen met het vervroegde vertrek. Een werknemer die graag wil doorwerken kan dus niet worden gedwongen eerder te stoppen. Zowel werkgever als werknemer dragen bij in de kosten van een vervroegd vertrek.

Een voorbeeld ter verduidelijking. Blair bereikt op 19 juni 2024 zijn AOW-leeftijd. Hij ontvangt op 1 juli 2021 een eenmalige RVU-uitkering van zijn werkgever. De periode tussen het ontvangen van de uitkering en zijn AOW-leeftijd bedraagt 35 maanden en 16 dagen. Deze periode mag op hele maanden naar boven worden afgerond, zodat 36 maanden in aanmerking worden genomen voor de drempelvrijstelling. De vrijstelling bedraagt (36 x € 1.767) € 63.612,-. Voorheen was een werkgever over dit bedrag 52% (€ 33.078,-!) eindheffing verschuldigd. Dat is met deze vrijstelling tijdelijk niet meer aan de orde.

Werkgevers doen er goed aan een interne regeling te maken over de toepassing van deze vrijstelling. Daarin kunnen de uitgangspunten en randvoorwaarden worden uitgewerkt, zodat voor iedereen duidelijk is wie wanneer van de regeling gebruik kan maken. Als binnen de onderneming en eventueel met de vakbonden afspraken zijn gemaakt over de toepassing van de vrijstelling, kan dat helpen een reorganisatie met bijvoorbeeld een vrijwillige vertrekregeling soepel te laten verlopen of beter uitvoering te geven aan het beleid op het gebied van duurzame inzetbaarheid.

Wilt u meer weten over de tijdelijke RVU-vrijstelling of hulp bij het maken van een regeling op maat, wij helpen u graag!


Lees ook


Stuur Pauline uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.