Zzp-wetgeving opnieuw op de schop

Op 24 juni 2019 verscheen een brief van mr. Koolmees aan de Tweede Kamer over de voortgang van de maatregelen rondom de nieuwe zzp-wetgeving. Uit deze brief blijkt dat de plannen, zoals eerder weergegeven in een brief van minister Koolmees op 26 november 2018, toch weer gewijzigd zijn. De plannen voor de zogenaamde ‘arbeidsovereenkomst laag tarief’, ‘opt-out’ en ‘opdrachtgeversverklaring’ komen min of meer te vervallen of worden toch anders vormgegeven. Het kabinet heeft nu drie nieuwe maatregelen ontworpen:

  • een minimumtarief voor de onderkant van de arbeidsmarkt;
  • een zelfstandigenverklaring voor de bovenkant van de arbeidsmarkt, en
  • een (vernieuwde) opdrachtgeversverklaring.

Minimumtarief

Er gaat een minimumtarief gelden van € 16,00 per uur voor zzp’ers. Daarmee kunnen zzp’ers – volgens het kabinet – in hun minimale levensbehoeften voorzien. Met de invoering van dit minimumtarief wil het kabinet voorkomen dat zzp’ers tegen een te laag tarief worden ingehuurd. Het kabinet erkent dat aan het invoeren van een minimumtarief ook enkele risico's kleven. Zo sluit het kabinet niet uit dat bepaalde zzp’ers aan de onderkant van de markt minder opdrachten zullen krijgen. Ook sluit het kabinet niet uit dat het invoeren van het minimumtarief normerend zal werken, waardoor zzp’ers die nu meer verdienen dan € 16,00 straks het minimumtarief uitbetaald krijgen. Het kabinet gaat daarom onderzoek doen naar deze mogelijke arbeidsmarkteffecten.

Ook is het de verwachting dat als gevolg van dit minimumtarief de administratieve last voor de opdrachtgever zal toenemen. Het is namelijk de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om ervoor te zorgen dat het minimumtarief betaald wordt. Blijkt dus achteraf dat de zzp’er meer uren gewerkt heeft en ontvangt hij in verhouding tot de aanneemsom als gevolg daarvan feitelijk een bedrag van minder dan € 16,00 per uur, dan zal de opdrachtgever de ZZP’er een extra vergoeding moeten betalen om ervoor te zorgen dat alsnog het minimumtarief betaald wordt.

De zelfstandigenverklaring

De maatregel voor de bovenkant van de arbeidsmarkt houdt een ‘zelfstandigenverklaring’ in. Is voldaan aan de voorwaarden voor de zelfstandigenverklaring, dan kan de opdrachtgever achteraf niet geconfronteerd worden met loonheffingen en betaling van sociale premies. Daarnaast kan de zzp’er  ook geen aanspraak meer maken op onder andere doorbetaling van loon bij ziekte. De voorwaarden voor de zelfstandigenverklaring zijn:

  • In de overeenkomst van opdracht moet komen te staan dat partijen niet de bedoeling hebben een arbeidsovereenkomst met elkaar te sluiten.
  • De zzp’er moet minimaal € 75,00 per uur verdienen.
  • De overeenkomst wordt overeengekomen voor maximaal 1 jaar. Slechts na een onderbreking van 6 maanden kan tussen partijen een nieuwe overeenkomst gesloten worden, waarop een zelfstandigenverklaring van toepassing is.
  • Partijen moeten de verklaring beiden tekenen.
  • De zzp’er moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

Opdrachtgeversverklaring

De laatste maatregel betreft de opdrachtgeversverklaring. Een maatregel die niet verplicht is. Aan de hand van een webmodule kan vastgesteld worden of sprake is van een dienstbetrekking. Is er geen dienstbetrekking, dan geeft de webmodule een opdrachtgeversverklaring af, waarmee zekerheid wordt verkregen dat geen loonheffing hoeft te worden ingehouden of sociale premies betaald moeten worden. Deze opdrachtgeversverklaring is alleen geldig als deze naar waarheid is ingevuld en ook dienovereenkomstig gewerkt wordt. De opdrachtgeversverklaring is aldus vergelijkbaar met de modelovereenkomsten, waarmee onder de huidige wetgeving gewerkt kan worden.

Handhaving

Het kabinet heeft het streven deze wetgeving in het derde kwartaal van 2019 voor internetconsultatie uit te zetten. Het kabinet hoopt verder dat de wetgeving in 2021 in werking kan treden. Tot die tijd blijft het mogelijk voor de Belastingdienst om de wet DBA te handhaven in geval van kwaadwillendheid en zullen de mogelijkheden tot handhaving zelfs verder worden aangescherpt. Vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen. De Belastingdienst geeft dergelijke aanwijzingen als de Belastingdienst bijvoorbeeld vindt dat de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen niet in overeenstemming is met de huidige wetgeving. Denk aan de situatie dat opdrachtgever en opdrachtnemer feitelijk een arbeidsovereenkomst met elkaar hebben gesloten.

Kortom, het blijft de komende tijd belangrijk kritisch te blijven ten aanzien van de inzet van zzp’ers en die samenwerking goed vast te leggen. Voor vragen hierover staan onze specialisten uiteraard voor u klaar.

Lonneke Nouwen.

Advocaat: Arbeid

11 juli 2019 Kennis

Stuur Lonneke een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.