Circulair bouwen: wet- en regelgeving moeten meedoen!

Volgens het programma: ‘Nederland Circulair in 2050 ’ wil de overheid graag iets doen aan de enorme hoeveelheid afval die vrijkomt uit onze consumptieve economie. Dit moet dan ook leiden tot reductie van de CO2-uitstoot, het verkleinen van de menselijke footprint en het stimuleren van innovatie. Deze doelstellingen van de overheid vragen om goede afspraken en stimuleringsmaatregelen waarmee ook de noodzakelijke juridische context is gegeven.

In 2017 hebben diverse maatschappelijke organisaties, waaronder Bouwend Nederland, het Grondstoffenakkoord gesloten. Hiermee hebben zij zich geschaard achter de doelstellingen van de overheid en hebben zij zich verbonden aan het bereiken van deze doelen. Vanuit het Grondstoffenakkoord zijn er vijf transitieagenda’s gedefinieerd. Voor de bouwsector is de “Transitieagenda Circulaire Bouweconomie” van groot belang. De opstellers van deze agenda (het transitieteam) zijn vertegenwoordigers van de overheid, marktpartijen en de wetenschap.

Het transitieteam heeft een drietal periodes (2018-2021, 2021-2030 en 2030-2050) gedefinieerd om uiteindelijk in 2050 tot de zo gewenste circulaire bouweconomie te komen. Hoewel de eerste periode als verkenning was bedoeld, zijn er voor die periode concrete maatregelen gepland. Zo is al besloten dat de overheid vanaf 2023 circulair zal gaan aanbesteden én zal er in 2020 een besluit worden genomen over de gevallen waarin moet worden voorzien in een zogenaamd materialenpaspoort.

Hoewel de doelstelling om tot een circulaire bouweconomie te komen volmondig wordt onderschreven, zal de weg daar naartoe niet over rozen gaan. Van iedereen wordt een investering gevergd. In eerste instantie zal de bal bij de marktpartijen liggen. In de volledige bouwkolom (van ontwerp tot uitvoering) zal immers moeten worden nagedacht over het bouwen zonder restafval, hergebruik van materialen en flexibiliteit van gebouwen. Bij opdrachtgevers zal het besef moeten groeien dat hiermee gepaard gaande investeringen uiteindelijk meeropbrengst genereren. Financierende instellingen zullen op hun beurt moeten voorzien in nieuwe hypotheekvormen en pandrechten om een circulaire oplossing financierbaar te maken.

Juridische kaders

Een juridische vraag die direct speelt is of eigendom van grond en opstallen in de toekomst nog nodig is. Het loslaten van de eigendomsvraag zou circulair bouwen wellicht kunnen stimuleren. Juristen zullen in eerste instantie een faciliterende rol hebben in de ontwikkeling van de circulaire economie. Innovaties zullen immers vanuit de techniek moeten worden bedacht. Toch is het goed om juristen in een vroegtijdig stadium te betrekken. Dit om innovaties te plaatsen binnen bestaande juridische kaders of indien nodig nieuwe juridische kaders te ontwikkelen. Bestaande kaders en standaard contracten voldoen niet zonder meer aan de toekomstige situatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de standaard aanbestedings- en contractmodellen die niet stimuleren om circulaire innovaties door te voeren, de wettelijke constructies die uitgaan van volledig eigendom van opstal en grond én aan aflopende (onderhouds)contracten die uitgaan van een beperkte levensduur van gebouwen. Een goed voorbeeld is de onlangs gepresenteerde “Handreiking Losmaakbaarheid”. Dit document bevat praktische handvatten om losmaakbaarheid van materialen in aanbestedingen en inkoopprocessen te borgen. Dit is een goede stap naar het steven van de overheid om in 2023 circulair te gaan inkopen.

Ook de overheid moet op juridisch gebied een duit in het zakje doen. Wat mij betreft is een proactieve rol van de overheid noodzakelijk omdat de ontwikkeling van de circulaire economie ongetwijfeld gepaard zal gaan met innovaties die (nog) niet passen binnen de bestaande wet- en regelgeving. Door als samenwerkingspartner vroegtijdig betrokken te zijn is het wellicht mogelijk om bestaande wet- en regelgeving open te stellen voor technische innovaties of indien nodig nieuwe wet- en regelgeving te ontwikkelen die de innovaties mogelijk maakt en juist niet vertraagt. Op dit punt ligt immers het bekende gevaar op de loer dat de markt al ‘verder’ is dan de wetgever. Het zou goed zijn als de overheid investeert in middelen om deze proactieve rol te vervullen.

Kortom: om in 2050 te beschikken over een circulaire economie is er werk aan de winkel voor iedereen, zowel de markt, banken, overheid als juristen!

Ook gepubliceerd in Cobouw
Marloes Beeren.

Advocaat: Bouw

26 augustus 2019 Kennis

Stuur Marloes een reactie


  • U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.