Corona: onvoorziene omstandigheid of grond voor prijsaanpassing (wettelijke mogelijkheden voor de aannemer om contracten aan te passen)

Veel aannemers en installateurs hebben als gevolg van het coronavirus te maken met ziekmeldingen van werknemers, buitenlandse werknemers die massaal naar huis vertrekken en problemen met leveranties van materialen. Hierdoor is het bijna onvermijdelijk dat bouwprojecten vertraging zullen oplopen en de kosten stijgen.

Daardoor loopt de planning uit (en wordt de afgesproken opleverdatum mogelijk niet gehaald) en worden projecten verliesgevend. In veel gevallen biedt de met de opdrachtgever, onderaannemer of leverancier gesloten overeenkomst een oplossing hoe met deze problemen kan worden omgegaan. Dat is echter niet altijd het geval.

Naast de bepalingen uit de overeenkomst kunnen ook bepalingen uit de wet een oplossing bieden. Voor de hand liggende wettelijke ingangen zijn overmacht (artikel 6:75 BW), onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW) en kostenverhogende omstandigheden (artikel 7:753 BW). Deze blog gaat over de laatste twee.

Onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW)

De rechter kan op verzoek van een contractspartij de overeenkomst wijzigen of ontbinden als er sprake is van onvoorziene omstandigheden “welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten”.

Uit het wetsartikel en de rechtspraak die erover is gepubliceerd volgt een aantal voorwaarden aan een beroep op onvoorziene omstandigheden.

  • Omstandigheden zijn alleen ‘onvoorzien’ als het gaat om omstandigheden die op het moment dat de overeenkomst werd gesloten nog in de toekomst lagen. Dit betekent dat een beroep erop zeer waarschijnlijk niet zal slagen voor overeenkomsten die zijn gesloten nadat de eerste besmetting in Nederland bekend werd (eind februari 2020). Of dit nog wel lukt voor overeenkomsten die zijn gesloten vanaf het moment dat de epidemie in China uitbrak in december 2019 is onzeker.
  • De regeling voor onvoorziene omstandigheden van artikel 6:258 BW is gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid en is bedoeld voor extreme gevallen. De rechter is terughoudend met het honoreren van een beroep op onvoorziene omstandigheden. Alleen wanneer het onaanvaardbaar is of uitermate bezwaarlijk voor een van de contractspartijen dat een contract ongewijzigd in stand blijft kan een rechter een contract wijzigen of ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden.
    • Problemen waar een aannemer mee te maken krijgt zoals onwerkbaar weer, stokkende toeleveringen of niet-beschikbaarheid van materialen, ziekte van werknemers of het niet komen opdagen van onderaannemers behoren normaliter tot het normale ondernemersrisico van een aannemer. Als dit soort problemen zich echter in een abnormale omvang voordoen waardoor het voor een aannemer onmogelijk wordt om zijn verplichtingen uit de overeenkomst na te leven, kan dat een onvoorziene omstandigheid zijn die niet geheel voor rekening van de aannemer behoort te blijven, zeker als de aannemer alle voorzorgsmaatregelen in acht heeft genomen, waaronder richtlijnen van het RIVM en het protocol Samen veilig doorwerken. De uitbraak van het coronavirus lijkt daarmee een kansrijke grond voor een beroep op een onvoorziene omstandigheid.
    • Diverse rechterlijke uitspraken uit het verleden maken duidelijk dat het invoeren van nieuwe regelgeving door de overheid een onvoorziene omstandigheid kan opleveren. Essentieel is dan wel dat het regelgeving betreft die direct invloed heeft op de uitvoering van de overeenkomst en die niet behoort tot het normale ondernemersrisico. Op basis van de huidige maatregelen van de overheid kan gewoon worden gewerkt. De aannemer dient daarbij de richtlijnen uit het protocol Samen veilig doorwerken in acht te nemen. Pas wanneer de overheid een ‘lock-down’ afkondigt kan er sprake zijn van een onvoorziene omstandigheid in de vorm van nieuwe regelgeving.
  • De wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden moet door de rechter worden uitgesproken. Een procedure kost tijd, zeker nu de rechtbanken in verband met het coronavirus vanaf 17 maart jl. gesloten zijn en na heropening vermoedelijk met de nodige achterstanden zullen kampen. Een snelle beslissing zit er dus waarschijnlijk niet in.

Kostenverhogende omstandigheden (artikel 7:753 BW)

Op grond van dit artikel kan een aannemer de rechter vragen om prijsaanpassing, bijvoorbeeld omdat er met minder mensen gewerkt kan worden of materiaalprijzen hard stijgen.

Hierna volgen de voorwaarden voor een beroep op kostenverhogende omstandigheden.

  • Er moet sprake zijn van kostenverhogende omstandigheden die pas na het sluiten van het contract zijn ontstaan of aan het licht zijn gekomen en in zoverre ‘toekomstig’ zijn op het moment van contractsluiting. Net als bij artikel 6:258 BW geldt ook voor artikel 7:753 BW dat een beroep erop zeer waarschijnlijk niet zal slagen voor overeenkomsten die zijn gesloten nadat de eerste besmetting in Nederland bekend werd en dit voor de periode na de uitbraak in China onzeker is.
  • De kostenverhogende omstandigheden mogen niet aan de aannemer zijn toe te rekenen en de aannemer behoefde er bij het bepalen van zijn prijs ook geen rekening mee te houden. Er is veel rechtspraak over deze voorwaarde. Op basis daarvan lijkt het niet waarschijnlijk dat de corona-epidemie door een rechter wordt beoordeeld als een risico waarmee een aannemer bij het sluiten van een overeenkomst rekening moest houden.
  • Voor een prijsaanpassing op grond van dit artikel is de tussenkomst van de rechter nodig. De rechter heeft bij de beoordeling van het verzoek van de aannemer een grote vrijheid.
  • De aannemer moet de opdrachtgever altijd zo snel mogelijk waarschuwen voor de noodzaak van een prijsverhoging. De opdrachtgever kan dan beslissen of hij de overeenkomst (deels) wil opzeggen of een voorstel wil doen om het werk te vereenvoudigen. Wordt er niet, niet tijdig of onvoldoende duidelijk gewaarschuwd door de aannemer dan kan hij geen beroep op artikel 7:753 BW doen.

Conclusie: blijf of ga in gesprek

Al met al blijft het belangrijkste advies om – voor zover dit nog niet is gedaan – de opdrachtgever te waarschuwen, uit te leggen tegen welke onmogelijkheden u aanloopt, prijsconsequenties zoveel duidelijk mogelijk inzichtelijk te maken en in gesprek te gaan. Zo kunt u in goed overleg proberen tot een redelijke oplossing voor beide partijen te komen. Is een gesprek met de opdrachtgever niet goed mogelijk? Met een gerechtelijke procedure krijgt u niet op korte termijn zekerheid maar een beroep op onvoorziene of kostenverhogende omstandigheden kan er wel voor zorgen dat u alsnog in gesprek raakt. Check daarnaast dus ook het contract op andere mogelijkheden!

Als u naar aanleiding van dit blog vragen hebt, neem dan contact om met team Bouw.

Op de hoogte blijven van juridische gevolgen van het coronavirus?

Lieke Daam- van Doorn.

Juridisch Medewerker: Bouw

02 april 2020 Kennis

Stuur Lieke een reactie


  • U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.