Nieuws

Drie pittige vragen aan Emile Sahhar

  703x      2 min      26 april 2019

Een stevige handdruk, een zakelijke uitstraling, messcherp in de rechtbank. Dat is het generieke plaatje van een advocaat. In deze rubriek laten wij de verdediging even zakken en gunnen wij u een kijkje in de ziel van onze organisatie. Maak kennis met Emile Sahhar (advocaat Rechtspersonen & Contracteren).

Van welke wet heb jij het meeste last?

“Omdat ik lid ben van de compliance commissie van ons kantoor, die onder meer controle uitvoert op naleving van de wet, klinkt mijn antwoord misschien wat paradoxaal, maar dat is de Wwft. Dat staat voor ‘Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme’. Ik juich de strekking en het doel van de wet absoluut toe, maar ik vind deze in de praktijk weinig werkbaar. Een belangrijk onderdeel van de Wwft is namelijk de identificatie van de UBO ‘ultimate benificial owner’, zeg maar de uiteindelijk economisch eigenaar van een onderneming, en de verificatie daarvan. Dat kan veel voeten in de aarde hebben, zeker als de klant geen gelegenheid ziet op kantoor langs te komen of als hij onderdeel uitmaakt van een groter (internationaal) concern met meerdere aandeelhouders. Dat aspect lijkt de wetgever te hebben miskend. De Wwft is dus een wet waarmee zowel de advocaat als klant nog voorafgaand aan de werkzaamheden wordt geconfronteerd. Wij advocaten houden ons natuurlijk het liefst bezig met het materiële recht. De zaak zelf, en niet de formele zaken daaromheen, so to say. Al ben ik wel hoopvol gestemd, omdat vanaf januari 2020 het langverwachte UBO-register in werking treedt.

Wanneer en waarom was jouw laatste ‘bloos’-momentje?

“In deze context zal ik me maar beperken tot een professioneel ‘bloos’-moment… Het eerste wat in mij opkomt is een zitting bij de Rechtbank ’s-Hertogenbosch. In de bespreking voorafgaand aan die zitting had ik de klant duidelijk gemaakt hoe de bewijslast over en weer verdeeld was. Die rustte namelijk bij de wederpartij. Tot mijn verrassing besloot de rechtbank de zitting met de opmerking dat de bewijslast op mijn klant rustte. Exact het tegenovergestelde van wat ik hem vooraf had gemeld. Bij mijn klant leverde dat oor geklepper op, ikzelf heb die nacht slecht geslapen. Ik was namelijk overtuigd van mijn gelijk. Maar gelukkig volgden zes weken later de verlossende woorden in een tussenvonnis waarin de rechtbank oordeelde: ‘Anders dan vermeld tijdens de comparitie (…)’. Daarmee was het vertrouwen van de klant – en mijn eigen ego haha – weer hersteld.

Wat is de grootste verrassing bij een overname die je bent tegengekomen?

“Enige tijd geleden heeft ons team een overname begeleid waarbij onze klanten hun aandelen verkochten aan een Deense partij. De core business van de onderneming van onze klanten was de in– en verkoop van medisch gerelateerde producten. De kurk waar het bedrijf op draait is dus met name de voorraad die zij aanhielden. Die werd geïmporteerd en opgeslagen in Nederlandse loodsen. Uit het uitgevoerde due diligence onderzoek bleek dat alle voorraad van onze klanten jarenlang onverzekerd was opgeslagen. De gevolgen daarvan hadden desastreus kunnen zijn als er bijvoorbeeld een brand zou zijn uitgebroken. Gelukkig is diezelfde dag de voorraad nog verzekerd.”


Lees ook


Stuur Emile uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.