Geen huisuitzettingen tijdens de COVID-CRISIS!

Vandaag is bekend geworden, zoals blijkt uit diverse nieuwsberichten, dat de komende periode huisuitzettingen niet zijn toegestaan. Daar waar sprake is van aflopende huurcontracten van woonruimte is het niet de bedoeling dat huurders de huurwoning verlaten. Dit vanwege de uitbraak van de corona-crisis. Hierover zijn afspraken gemaakt met diverse verhuurdersorganisaties, zoals de branchevereniging Aedes, IVBN, Kences en Vastgoed Belang.

Spoedwet

De minister geeft aan dat er een spoedwet komt om tijdelijke huurcontracten te verlengen tijdens de crisis. De tijdelijke huurcontracten die nu gelden kunnen op grond van de wet niet worden verlengd. Wordt een tijdelijk huurcontract woonruimte wel verlengd, dan is het contract niet meer tijdelijk. Dan geldt het voor onbepaalde tijd. Er ontstaat dan dus een vast huurcontract.

Met de spoedwet wil de minister kennelijk voorkomen dat huurders verplicht worden te vertrekken omdat een tijdelijk huurcontract afloopt en een verhuurder niet durft te verlengen. Of de spoedwet ook rekening houdt met situaties waarbij huurcontracten eindigen die niet tijdelijk zijn aangegaan, is de vraag. Belangrijk is om als verhuurder en huurder in contact te treden als een dergelijke situatie zich voordoet. Wellicht voorziet de wet ook in situaties dat een huurder de huur niet meer tijdig kan betalen.

Tussenliggende periode

Zolang de spoedwet er niet is, geldt ook dat het belangrijk is om als verhuurder en huurder in overleg te gaan. Wil een verhuurder aanzeggen dat een tijdelijke huurovereenkomst eindigt, doe dat dan ook. Verwijs daarbij naar de spoedwet en spreek bijvoorbeeld af dat, in afwachting daarvan, de tijdelijke huurovereenkomst, vanwege de uitzonderlijke en unieke omstandigheden, wordt verlengd. Maar wijs er ook nadrukkelijk op dat dit niet betekent, dat na de verlengde periode een recht op huurbescherming is ontstaan.

Benoem de uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van de COVID-crisis. Het kan natuurlijk zijn dat een bepaalde huurder wel zelf wil vertrekken, dan is er uiteraard geen probleem. Maar wil een huurder niet vertrekken, terwijl het gehuurde al wel aan een andere huurder is verhuurd vanaf een bepaalde ingangsdatum, dan kan dat problemen opleveren. In die gevallen zal meestal al een aanzegging zijn gedaan, dat de tijdelijke huurovereenkomst woonruimte eindigt. We zijn benieuwd of de spoedwet ook in die situaties voorziet. In die gevallen zou betoogd kunnen worden dat de huurder al rekening diende te houden met het einde van de huurovereenkomst. Niet valt in te zien, waarom in die gevallen een huurder zou mogen blijven huren.

Goed huurderschap

Ook moet de huurder natuurlijk – nog steeds – zich houden aan de verplichtingen die voor een huurder gelden. Zo mag een huurder geen overlast veroorzaken of criminele activiteiten ondernemen. Op het moment dat een huurder tekortschiet in dit soort kwesties is dat niet een reden om de huurder maar te handhaven. De huurder heeft het dan namelijk zelf in de hand dat de overeenkomst alsnog eindigt. Indien een huurder de huur tijdelijk niet kan voldoen, zal, gezien de corona-crisis als snel sprake zijn van overmacht. Maar in een dergelijk geval zal ook een rechter wel oordelen dat gezien de bijzondere omstandigheden een ontruiming door de huurder niet aan de orde is.

Heeft u liever persoonlijk advies? Bel ons gerust of stuur me een e-mail. We zijn er voor u!

Op de hoogte blijven van juridische gevolgen van het coronavirus?

Jeroen Brinkman.

Salary Partner: Huur en onroerend goed

26 maart 2020 Nieuws

Stuur Jeroen een reactie


  • U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.