Kennis

Graafschade: een klassiek voorbeeld uit de praktijk

  127x      4 min      21 december 2021

Aan de hand van een recent arrest d.d. 29 oktober 2021 van de Hoge Raad wordt een klassiek voorbeeld uit de praktijk onder de loep genomen: grondroerder beschadigt een kabel, netbeheerder stelt grondroerder aansprakelijk. De grondroerder heeft een KLIC-melding gedaan, tekeningen opgevraagd en heeft meerdere proefsleuven gegraven (teneinde de werkelijke ligging van de kabel te bepalen); er is volgens hem geen zorgvuldigheidsnorm geschonden. De netbeheerder denkt daar anders over.

Wat was er aan de hand?

Een aannemer wil grondroerende werkzaamheden (laten) verrichten. De werkzaamheden vinden gefaseerd plaats (eerst heien, dan open ontgraven). Voor de heiwerkzaamheden wordt een KLIC-melding gedaan, waarna de aannemer stukken/tekeningen van de netbeheerder ontvangt waarop de (plaatselijke) kabels staan aangegeven. In de ontvangen informatie staat dat de ‘tekeningen globaal zijn’.

Op de tekeningen staat een zevental kabels ingetekend. De aannemer heeft – teneinde de exacte locatie van de kabels te bepalen – proefsleuven gegraven. Alle kabels worden gelokaliseerd, conform de tekeningen van de netbeheerder.

Bij het heien raakt echter – ondanks deze voorzorgsmaatregel – een middenspanningskabel van de netbeheerder beschadigd.

Juridisch kader

Een vordering tot schadevergoeding van een netbeheerder wordt veelal gestoeld op een onrechtmatige daad. Er is immers (meestal) geen contractuele relatie tussen de grondroerende aannemer en de (lokale) netbeheerder. Voor een geslaagd beroep op onrechtmatige daad zal de netbeheerder moeten aantonen dat de aannemer/grondroerder een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden.

De invulling van de zorgvuldigheidsnorm wordt in casu gevonden in de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten, ook wel de ‘Grondroerdersregeling’) en de BION (Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten en de Richtlijn zorgvuldig graafproces (CROW-uitgave 250, 2008).

Daarbij moet opgemerkt worden dat dit de ten tijde van de graafwerkzaamheden geldende regels betreffen. Inmiddels (per 31 maart 2018) zijn de WION en BION opgevolgd door de Wet Informatie-uitwisseling bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken en het gelijknamige besluit (de WIBON en BIBON). De inhoudelijke verschillen zijn niet groot.

De WION bepaalt dat de grondroerder zijn werkzaamheden ‘zorgvuldig’ moet verrichten (artikel 2 lid 2). Ter invulling van die zorgplicht stelt de WION dat de grondroerder ten minste i) voor aanvang van de werkzaamheden een KLIC-melding (‘graafmelding’) doet, ii) onderzoek is verricht naar de precieze ligging van de netten en iii) dat op de graaflocatie ook de van de Dienst (het Kadaster) ontvangen informatie aanwezig is (zie ook artikel 2 lid 3 WIBON, die exact dezelfde verplichtingen formuleert).

Een grondroerder mag niet altijd vertrouwen op de door de netbeheerder verstrekte gegevens/tekeningen c.q. de nauwkeurigheid daarvan. Het antwoord op de vraag of op tekeningen van de netbeheerder mag worden vertrouwd, hangt af van de omstandigheden van het geval. Onder meer is van belang op welk moment de kabel is aangelegd en of er nadien ter plaatse werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Enig eigen onderzoek is (vrijwel) altijd vereist. De netbeheerder moet evenwel tekeningen/gegevens verschaffen die ‘zo nauwkeurig mogelijk’ zijn.

Procesverloop

In eerste aanleg wordt de vordering van de netbeheerder (Liander) afgewezen. Aldus de (kanton)rechter had de aannemer aan haar verplichtingen uit de WION voldaan door, op basis van de naar aanleiding van de KLIC-melding ontvangen tekeningen (van de netbeheerder), vast te stellen dat de door haar geplande heiwerkzaamheden meer dan twee meter verwijderd waren van de theoretische ligging van de kabels.

De netbeheerder stelt hoger beroep in en voert aan dat de aannemer onderzoek had moeten doen naar het gehele werkgebied (zijnde meer dan de enkele heipaal). Daarmee heeft de aannemer een te klein ‘onderzoeksgebied’ gehanteerd. Aldus de netbeheerder had de aannemer ten aanzien van het gehele werk, inclusief het open ontgraven (en dus niet enkel het heien van één enkele paal), de ligging van de kabels moeten onderzoeken. Het hof gaat hier in mee en oordeelt dat voor de bepaling van het gebied, waarin (kabels/leidingen) gelokaliseerd moet(en) worden, het ‘graafprofiel’ van belang is. Dat is het gebied waar daadwerkelijk grond wordt geroerd. Dat gebied is derhalve groter dan het heien van een enkele paal.

De aannemer voert tevergeefs aan dat hij ‘onverplicht’ proefsleuven heeft gegraven. Volgens het Hof heeft de aannemer de kabels op enige plek wel gelokaliseerd, maar heeft zij nagelaten op cruciale punten in het (kabel)traject de precieze locatie te bepalen. De aannemer wordt veroordeeld de geleden schade aan de netbeheerder te vergoeden (Hof Amsterdam 04-02-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:245). De Hoge Raad laat het arrest van het Gerechtshof, met verwijzing naar artikel 81 RO, in stand (HR 29-10-2021, ECLI:NL:HR:2021:1598).

Conclusie en tips voor de praktijk

Bij graafschade trekt een aannemer vaak aan het kortste eind. Zo ook hier. Op een grondroerder rust nu eenmaal een vrij uitgebreide zorgplicht. De inhoud daarvan is goed gedocumenteerd in (o.a.) de WIBON en de Richtlijn zorgvuldig graafproces (van het CROW). Kern van de verplichtingen van de grondroerder is het doen van een KLIC-melding, de relevante gegevens/tekeningen bestuderen en ter plekke van het project/werk(gebied) de relevante kabels en leidingen lokaliseren.

Uit de onderhavige uitspraken blijkt dat een grondroerder de omvang van haar ‘onderzoeksplicht’ niet kan beperken door een bepaalde fasering in het werk toe te passen. Een dergelijke beperking is in strijd met de WIBON c.q. de Richtlijn.

Een aannemer doet er goed om aan om bij grondroerende werkzaamheden prudent te werk te gaan. Doe eigen onderzoek, vertrouw niet blindelings op de door de netbeheerder verstrekte tekeningen (zeker als die al wat ouder zijn), stel vragen aan de netbeheerder en houd laatstgenoemde (indien mogelijk) betrokken bij de grondroerende werkzaamheden. Zo beperkt een aannemer in ieder geval de kans op graafschade én aansprakelijkheid. Een aannemer doet er tot slot ook goed aan om afspraken te maken met haar opdrachtgever omtrent mogelijke (graaf)schade – dat onderwerp gaat echter dit artikel te buiten en is wellicht onderwerp van een volgende bijdrage.


Lees ook


Stuur Floris uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.