Liquiditeitsnood door stijgende bouwkosten en voorfinanciering van onderhanden werk: hoe voorkom ik problemen of los ik ze op?

De bouw trekt aan en dat is overal te merken. Deze positieve trend betekent echter niet dat bouwbedrijven de crisis definitief achter zich hebben gelaten. Op dit moment worden er namelijk bouwprojecten gerealiseerd die in de crisistijd voor zogenaamde ‘crisisprijzen’ zijn aangenomen. Omdat ook sprake is van stijgende bouwkosten (arbeid en bouwmaterialen) ontstaan er liquiditeitsproblemen. In dit artikel gaan wij in op enkele mogelijkheden om hierop in te spelen.

Stijgende bouwkosten

Stijgende bouwkosten zijn momenteel aan de orde van de dag. Er wordt volop gebouwd en er is een tekort aan onder meer heipalen, vloeren en kalkzandsteen. Door de grote vraag naar bouwmaterialen stijgen logischerwijs de prijzen. Dit geldt ook voor de kosten van arbeid. Er is een tekort aan goed en betaalbaar personeel en daardoor stijgt de prijs.

Heronderhandel op basis van de algemene voorwaarden

Bij lopende projecten hebben aannemers mogelijkheden om kostenverhogende omstandigheden door te berekenen aan de opdrachtgever. Dit is geregeld in de wet en ook in de meest voorkomende algemene voorwaarden (UAV / UAV-gc / AVA). De aannemer moet dan wel kunnen aantonen dat de prijsstijging niet voorzienbaar was tijdens het aannemen van de opdracht en bovendien moet de aannemer de opdrachtgever hebben gewaarschuwd voor de prijsstijging. Daar komt nog bij dat alleen een aanzienlijke prijsstijging voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtspraak is niet eenduidig wat daaronder moet worden verstaan, maar vorig jaar heeft de Raad van Arbitrage voor de Bouw een belangrijke vuistregel gegeven. Een prijsstijging is aanzienlijk als sprake is van verhoging van 5% van de aanneemsom als gevolg van de prijsverhoging van een onderdeel van het werk.

Bij nieuwe aanbestedingen of offertes hebben aannemers de mogelijkheid om de stijgende bouwkosten mee te nemen in de inschrijfbegroting of in de offerte. Dat aannemers rekening houden met stijgende bouwkosten is overal in de markt waarneembaar. Denk bijvoorbeeld aan de berichten over budgetoverschrijdingen bij aanbestedingen of het toenemende aantal mislukte aanbestedingen.

Heronderhandel op basis van de gevolgen van een faillissement

Als er contractueel geen mogelijkheid is om kostenverhogende omstandigheden door te berekenen aan de opdrachtgever, dan is het toch verstandig om het gesprek met de opdrachtgever aan te gaan. Liquiditeitsproblemen bij een aannemer kunnen immers een faillissement tot gevolg hebben, denk hierbij aan het recente faillissement van Bouwgroep Moonen.

Een opdrachtgever ondervindt veel nadeel van een faillissement van de aannemer. Zo zullen de werkzaamheden veelal enige tijd stil komen te liggen en komt de voortgang van het werk in gevaar met alle kosten van dien. Uiteindelijk wordt het werk vaak wel afgebouwd door een nieuwe aannemer. Deze nieuwe aannemer zal de aannemingsovereenkomst niet zomaar overnemen. Enerzijds omdat ook deze aannemer wordt geconfronteerd met stijgende bouwkosten en anderzijds omdat deze aannemer moet voortbouwen op een werk dat hij niet kent. Dit risico zal worden mee gecalculeerd. Deze extra kosten kunnen doorgaans niet op de failliete aannemer worden verhaald en zullen voor rekening zijn van de opdrachtgever. Ter voorkoming van een faillissement is een redelijke bijbetaling vanwege de stijgende  bouwkosten voor de opdrachtgever misschien toch nog helemaal niet zo’n slechte optie.

Beperk de voorfinanciering van het onderhanden werk

In de bouwpraktijk moeten onderhanden werken altijd worden voorgefinancierd. Er verstrijkt vaak een lange periode voordat bij leveranciers ingekochte materialen door de opdrachtgever zijn terugbetaald via de aanneemsom. In de tussentijd heeft de aannemer vaak zijn leverancier en personeel al moeten betalen. Als er dan eindelijk kan worden gefactureerd aan de opdrachtgever, geldt er vervolgens een lange betalingstermijn. Is in het licht van de hiervoor omschreven liquiditeitsproblemen als gevolg van de crisis hier dan helemaal niets aan te doen?

Aannemers doen er verstandig aan – en dat is natuurlijk geen nieuw advies – om al tijdens het sluiten van de aannemingsovereenkomst het termijnschema bespreekbaar te maken. Er kunnen beter vaker kleinere bedragen gefactureerd worden om te voorkomen dat er grote bedragen worden voorgefinancierd. Dit is ook in het belang van de opdrachtgever omdat het risico op ernstige liquiditeitsproblemen bij de aannemer wordt verminderd.

Ook kan met de opdrachtgever worden afgesproken dat de inkoop van materiaal direct mag worden gefactureerd op het moment van levering op de locatie van het bouwproject. Voor een bouwbedrijf is het dan raadzaam om hierbij korte betalingstermijnen af te spreken: liefst  korter dan de betalingstermijn die overeengekomen is met de leverancier.

Een andere mogelijkheid is dat de opdrachtgever zelf rechtstreeks het materiaal inkoopt. Dan vervliegt wellicht de kans op marge op het materiaal, maar wellicht is die marge lager dan de rente die aan de bank wordt betaald om voorfinanciering mogelijk te maken. Ook kan een aanbrengprovisie met de leverancier worden overeengekomen.

Conclusie

Duidelijk is dat de crisis nog steeds gevolgen heeft op de bouwpraktijk. Liquiditeitsproblemen als gevolg van stijgende bouwkosten zijn aan de orde van de dag. Er zijn mogelijkheden om de stijgende bouwkosten door te berekenen aan de opdrachtgever en er zijn ook tal van opties om liquiditeitsproblemen op een andere wijze te verkleinen.

Het is belangrijk dat u op de hoogte bent van de mogelijkheden die er vanuit verschillende juridische invalshoeken zijn. Onze specialisten op het gebied van bouwrecht, insolventierecht en financiering & zekerheden werken dan ook op dit onderwerp nauw met elkaar samen.

Geschreven in samenwerking met Marloes Beeren.

Erik Jansen.

Partner: Ondernemen

19 juni 2018 Kennis

Stuur Erik een reactie

  • Bescherming persoonsgegevens:
    U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.