Kennis

Oorlog in Oekraïne is onvoorziene omstandigheid

  108x      3 min      12 september 2022

In een recente uitspraak (25 augustus 2022, nr. 37.382) oordeelde de Raad van Arbitrage dat de Oorlog in Oekraïne heeft te gelden als een onvoorziene omstandigheid. Een aannemer die (door deze oorlog) geconfronteerd wordt met prijsstijgingen kan derhalve een aanpassing van de aannemingsovereenkomst vorderen.

Inleiding

De juridische figuur van onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW) moet onderscheiden worden van de zogenaamde kostenverhogende omstandigheden (artikel 7:753 BW, §47 UAV 2012 of een andere soortgelijke contractuele bepaling). Een beroep op kostenverhogende omstandigheden kent een ‘lagere drempel’ dan die van onvoorziene omstandigheden. Redenen genoeg om eerst even stil te staan bij de figuur van kostenverhogende omstandigheden.

Kostenverhogende omstandigheden

Bij explosieve prijsstijgingen zal een aannemer eerst moeten onderzoeken of een beroep kan worden gedaan op kostenverhogende omstandigheden (artikel 7:753 BW) of (bijvoorbeeld) de UAV 2012 (§ 47). Op grond van deze artikelen kan een aannemer kostenverhogende omstandigheden aan zijn opdrachtgever doorberekenen. Daarvoor is (kortgezegd) vereist dat de aannemer deze omstandigheden niet kende of behoorde te kennen bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst.

Het grote nadeel? Deze artikelen (in de wet en de UAV) zijn echter van regelend recht. Partijen kunnen er dus voor kiezen om ze buiten toepassing te laten. Dat gebeurt – uiteraard op initiatief van de opdrachtgever – geregeld. Dat was ook het geval in de casus die leidde tot de onderhavige uitspraak van de RvA. De weg voor de aannemer voor een beroep op kostenverhogende omstandigheden was afgesloten. De aannemer deed echter een beroep op onvoorziene omstandigheden.

Onvoorziene omstandigheden

Het grote voordeel? Een beroep op onvoorziene omstandigheden is niet contractueel uit te sluiten (dwingend recht).

In casus die ten grondslag ligt aan de uitspraak van de RvA hadden partijen overigens een contractuele regeling opgenomen ten aanzien van onvoorziene omstandigheden. Deze sluit enigszins aan op de wettelijke regeling. De overwegingen van de RvA kunnen derhalve ook van belang zijn voor een mogelijk beroep op de wettelijke regeling (dus: voor eenieder). De RvA overwoog als volgt.

“31. De oorlog in Oekraïne en de gevolgen daarvan voor (onder andere) de bouw, hebben, naar het oordeel van arbiters, (inmiddels) te gelden als een van buiten komende extreme onvoorziene wijziging van omstandigheden welke naar objectieve maatstaven een verdere ongewijzigde uitvoering van de aannemingsovereenkomst voor aanneemster in redelijkheid niet langer verantwoord maakt.”

Helaas blijkt uit deze uitspraak nog niet hoe de pijn verdeeld wordt. Arbiters verklaren immers enkel voor recht dat de aannemer een geslaagd beroep heeft gedaan op de (contractuele bepaling omtrent) onvoorziene omstandigheden. Wel geven arbiters enige richtlijnen mee: blijft dicht bij de overeenkomst en beperk de schade zo veel mogelijk.

Dus: de oorlog in Oekraïne maakt een beroep op 6:258 BW mogelijk?

Het goede antwoord is: het zou kunnen. Twee kanttekeningen.

Uitleg ‘onvoorzien’

Onvoorzien dient opgevat te worden als: niet in de overeenkomst verdisconteerd. Als partijen in een bepaalde situatie hebben voorzien (door bijvoorbeeld in de overeenkomst een bepaling over oorlog op te nemen), is die situatie per definitie niet meer onvoorzien. De wettelijke bepaling biedt vervolgens (voor die specifieke situatie) geen uitkomst meer.

Verschil contractuele bepaling (in deze zaak bij de RvA) en de wet

Er zit een belangrijk verschil in onderhavige contractuele bepaling omtrent onvoorziene omstandigheden en de wettelijke bepaling. In het contract ging het om een onvoorziene omstandigheid die “ongewijzigde uitvoering van deze overeenkomst voor partijen of een van hen in redelijkheid niet langer verantwoord maakt”. Ingeval van de wettelijke bepaling gaat het om “onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten”

Er is derhalve een verschil in de ‘toetssteen’. Dat gezegd hebbende, de RvA overweegt in r.o. 32 (wellicht ten overvloede) dat er “eveneens sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 6:258 BW”. Kortom: wat er ook zij van de verschillende toetsstenen, de RvA is overduidelijk van mening dat de oorlog in Oekraïne als een onvoorziene omstandigheid ex artikel 6:258 BW kwalificeert.

Conclusie

De uitspraak van de RvA van 25 augustus jl. is van betekenis in de bouwwereld. De RvA laat zich uitdrukkelijk uit over de kwalificatie van de oorlog in Oekraïne. Het is een extreme en van buiten komende onvoorziene omstandigheid en haalt de hoge drempel van artikel 6:258 BW.

Kort en goed: ondanks het contractueel zo veel mogelijk uitsluiten van de mogelijkheden prijsstijgingen door te berekenen, er zijn mogelijkheden! Gooi de handdoek niet te snel in de ring en neem contact met mij op voor een vrijblijvend overleg.



Lees ook


Stuur Floris uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.