Kennis

Update: wijzigingen beslag- en executierecht

  226x      4 min      12 april 2021

Als een schuldeiser een procedure gewonnen heeft, dan is voor hem of haar het prettigst dat zijn of haar schuldenaar vrijwillig betaalt. Helaas is dat echter niet altijd het geval. Het beslag- en executierecht maakt het mogelijk om een gerechtelijke uitspraak gedwongen ten uitvoer te laten leggen, indien de schuldenaar hier niet uit eigen beweging aan voldoet.

Het beslag- en executierecht is de afgelopen periode op enkele belangrijke punten gewijzigd. Het doel van de wetswijziging is drieledig: (1) voorkomen dat een schuldenaar door het beslag niet meer in zijn bestaansminimum kan voorzien, (2) beslaglegging en executie effectiever en efficiënter maken en (3) voorkomen dat beslaglegging uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel.

De wet is gefaseerd in werking getreden. Op 1 april jl. is de laatste fase in werking getreden, waardoor de gehele wetswijziging nu in werking is.

Tijd voor een update met de belangrijkste wijzigingen!

1. Pressiebeslagen

Vóór de wetswijziging werd in de praktijk regelmatig beslag gelegd op roerende zaken, ook al was te voorzien dat de kosten onder de streep hoger zouden zijn dan de opbrengst. De beslaglegging en executie diende in dat soort gevallen veelal alleen als pressiemiddel om de schuldenaar (alsnog) te dwingen om tot betaling over te gaan.

Onder het nieuwe beslagrecht is verhaalsbeslag op roerende zaken in beginsel verboden indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de beslagkosten hoger zijn dan de opbrengst. Door deze wijziging worden schuldenaren beschermd die wel willen, maar niet kunnen betalen.

Er geldt een uitzondering: beslag mag wel worden gelegd als de schuldeiser aannemelijk kan maken dat de schuldenaar door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen.

2. Administratief beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens

De wetswijziging maakt het makkelijker om beslag op een motorrijtuig of aanhangwagen te leggen.

Voorheen was beslaglegging alleen mogelijk als de deurwaarder het voertuig zelf had gezien. Dit resulteerde vaak in een heuse speurtocht om het voertuig te vinden en te beslaan. Kon het voertuig niet achterhaald worden, dan was beslaglegging niet mogelijk en werden door de schuldeiser nodeloos kosten gemaakt.

Sinds 1 april jongstleden is het mogelijk om administratief beslag te leggen op een motorrijtuig of aanhangwagen zonder dat de deurwaarder het voertuig zelf gezien heeft en waarbij het beslag wordt vermeld in het kentekenregister van de RDW.

Door de vermelding in het kentekenregister is het beslag ook kenbaar voor potentiële kopers van het voertuig en kan de RDW eventueel meewerken aan een nieuwe tenaamstelling.

Daarnaast kan de deurwaarder de schuldenaar een instructie geven tot afgifte van het voertuig ten behoeve van executie. Volgt de schuldenaar deze instructie niet op, dan kan de deurwaarder aangifte doen.

3. Beslagverbod roerende zaken voor regulier bestaan

Bepaalde goederen, die een natuurlijk persoon nodig heeft in het dagelijks leven, zijn niet vatbaar voor beslag.  

Omdat de oude wet waarin stond om welke goederen het precies ging uit de 19e eeuw stamde, was de lijst van deze goederen sterk verouderd.

Hier is nu verandering in gekomen. Door de wetswijziging dient alles wat vereist is voor “een regulier bestaan”, onbeslagen te blijven.

Het gaat dan bijvoorbeeld om niet-bovenmatige inboedel, kleding, levensmiddelen, goederen voor persoonlijke verzorging, maar ook goederen voor persoonlijke behoeften zoals een rollator, kinderspeelgoed, trouwringen, goederen die zijn vereist voor werk of studie (zoals een computer of telefoon), en zelfs een huisdier. Het gaat om zaken die over het algemeen weinig vermogenswaarde hebben en dus niet interessant zijn als verhaalsobject voor een schuldeiser.

Slechts bovenmatige goederen – zoals overige dure sierraden en kunst – mogen beslagen worden.

4. Veiling via internet

Vóór de wetswijziging mochten alleen onroerende zaken via internet geveild worden. Vanaf nu mogen ook roerende zaken digitaal geveild worden.

Hiermee kan niet alleen een breder publiek worden bereikt, het kan ook zorgen voor een hogere opbrengst en lagere kosten.

5. Beslagvrije voet bij bankbeslag

Bij beslag op bijvoorbeeld loon dient een deel van het loon onbeslagen te blijven. Dit heet de ‘beslagvrije voet’, die de werkgever moet toepassen zodat de werknemer voldoende geld heeft om van te leven.

Bij beslag op de bankrekening gold vóór de wetswijziging geen beslagvrije voet. Door beslag te leggen op een bankrekening van een natuurlijk persoon net na het storten van loon – bijvoorbeeld zo rond de 27e van de maand – kon dus vrijwel het gehele loon beslagen worden en de facto de beslagvrije voet omzeild worden.

Door de wetswijziging is dit niet meer mogelijk. Voortaan geldt ook bij beslag op een bankrekening van een natuurlijk persoon de beslagvrije voet.

6. Inventarisatie bankrekeningen

Als schuldeiser weet je in beginsel niet bij welke bank je schuldenaar bankiert. Daarom werd in de praktijk door een schuldeiser vaak onder meerdere banken beslag gelegd, hetgeen extra kosten met zich bracht.

Door de wetswijziging krijgt de deurwaarder de mogelijkheid om bij alle banken in Nederland te informeren waar de schuldenaar bankiert. De schuldenaar zelf had deze verplichting al op grond van de inlichtingenplicht van artikel 475g Rv.

De praktijk wijst echter uit dat de schuldenaar zelf deze informatie niet snel geeft, ook al is hij hiertoe verplicht en kan deze informatie afgedwongen worden via een kort geding.

Om deze reden is het in onze ogen een welkome aanvulling dat bij banken om informatie over bankrekeningen gevraagd kan worden. Banken geven namelijk – indien hierom verzocht – wel deze informatie, zo is onze ervaring. Hierdoor kan vervolgens effectiever en goedkoper bankbeslag gelegd worden.

Bovendien moeten banken – als vervolgens beslag gelegd wordt – binnen twee weken verklaren of het beslag doel getroffen heeft. Voorheen was dat vier weken.

7. Bevoegde rechter bij executiegeschillen

Een schuldenaar die het niet eens is met de beslag- en executiemaatregelen van zijn schuldeiser, kan zich tot de rechter wenden. Dit heet een executiegeschil. Vóór de wetswijziging was soms niet (geheel) duidelijk bij welke rechter de schuldenaar dan moest zijn.

Door de wetswijziging is deze onzekerheid opgeheven: uitsluitend de kantonrechter is in bodemprocedures bevoegd om kennis te nemen van executiegeschillen die zijn gerezen na een vonnis dat de kantonrechter heeft gewezen. In kort geding kunnen partijen kiezen tussen de kantonrechter of de voorzieningenrechter. Dat was voorheen ook al het geval.

Conclusie: doe uw voordeel met de wijzigingen in het beslag- en executierecht!

Het beslag- en executierecht maakt het mogelijk om een gerechtelijke uitspraak gedwongen ten uitvoer te laten leggen, indien de schuldenaar hier niet uit eigen beweging aan voldoet.

Het beslag- en executierecht is de afgelopen periode op enkele belangrijke punten gewijzigd, soms ten faveure van de schuldeiser, soms ten faveure van de schuldenaar.

In dit artikel hebben wij de belangrijkste wijzigingen beschreven, waarbij wij nader ingegaan zijn op de positie van de schuldeiser en schuldenaar.

Vraagt u zich af wat de wijzigingen in het beslag- en executierecht specifiek voor u kunnen betekenen en hoe u hiermee concreet uw voordeel kunt doen? Neem dan contact op met een van onze high-end incasso specialisten!

Geschreven i.s.m. Kenya Limburg


Lees ook


Stuur Reinier uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.
  • Hidden

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.