Kennis

Van het gas af – kunnen gemeentes de gaskraan straks dichtdraaien bij bedrijven?

  59x      4 min      19 april 2022

Eind januari sloot de inspraakronde voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Deze wet geeft gemeenten de bevoegdheid om te bepalen dat gebieden van het aardgas afgehaald moeten worden. Zo wordt er een stok achter de deur gecreëerd voor de energietransitie. Als gemeenten van die bevoegdheden gebruik gaan maken kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor bedrijven en bewoners.

Nieuwe bevoegdheden

De meest verstrekkende bevoegdheid die gemeentes krijgen, als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, is de bevoegdheid om in een omgevingsplan te bepalen dat er in bepaalde gebieden geen aardgas meer mag worden geleverd. Wanneer de gemeente die bevoegdheid gebruikt zullen eigenaren worden verplicht om hun eigendom aan te passen omdat het bestaande gebruik niet zonder aanpassing kan worden voortgezet. Daarmee is geen sprake meer van toelatingsplanologie zoals dat tot nu toe vrijwel altijd gold, maar van een (‘actieve’) verplichting om een bestaande situatie aan te passen.

Voorwaarden aanwijzing ‘gasloos gebied’

Een gemeente kan niet lukraak gebieden op de kaart aanwijzen waar geen gas meer mag worden geleverd. Voordat de gemeente een ‘gasloos gebied’ mag aanwijzen moet er eerst een warmteprogramma [1] voor dat gebied zijn vastgesteld en een (wijk)uitvoeringsplan klaarliggen. Dit warmteprogramma wordt ook wel de Transitievisie warmte genoemd.[2]

Transitievisie en uitvoeringsplan

In die Transitievisie en het uitvoeringsplan moet een gemeente het tijdspad aangeven waarin wordt beschreven hoe de overgang naar alternatieve warmtebronnen vorm moet worden gegeven. Daarbij moet de gemeente in kaart brengen:

  • welke gebouwen, woningen of bedrijven er verduurzaamd zullen gaan worden;
  • wat de energiebehoefte is van die gebouwen, woningen of bedrijven;
  • welke alternatieve, betrouwbare en duurzame energie-infrastructuren er potentieel beschikbaar zijn die kunnen voorzien in de warmtebehoefte; en
  • wat de kosten van de verschillende warmte-alternatieven zijn.

De Transitievisie en het uitvoeringsplan samen dienen als onderbouwing van een besluit waarin wordt besloten dat er in een bepaald gebied geen gas meer gebruikt mag worden. Het aanwijzingsbesluit mag alleen genomen worden als het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen zijn vastgesteld en daaruit volgt dat er in het aangewezen gebied een (reële) alternatieve vorm van warmtevoorziening beschikbaar is, zoals een aansluiting op het elektriciteits- of warmtenet met voldoende capaciteit. Het opstellen van deze warmteprogramma’s en uitvoeringsplannen zal veel ambtelijke capaciteit gaan kosten, waarvan ook al veel nodig is voor de transitie naar de Omgevingswet. Hierdoor kan het per gemeente sterk verschillen wanneer er gasloze gebieden zullen worden aangewezen.

Voorwaarden reguleren eigendomsrecht

Het aanwijzen van een gebied waar geen gas meer gebruikt mag worden is nogal ingrijpend. Zo’n aanwijzing grijpt namelijk in op het eigendomsrecht. Voor de vraag of zo’n aanwijzing rechtmatig is moet een fair balance bestaan tussen de regulering en de belangen van de eigenaar. Het zal per gebied, gebouw, bedrijf of besluit verschillen of die fair balance bereikt kan worden. Wanneer er sprake is van die fair balance mag de overheid de verplichting opleggen dat een pand (binnen een bepaalde termijn) wordt aangepast.

Het warmteprogramma is het belangrijkste document dat als onderbouwing zal gaan dienen voor die fair balance. Wanneer een besluit tot het aanwijzen van een ‘gasloos gebied’ bij een rechter wordt aangevochten zal de rechter kijken of de aanwijzing voldoet aan de eisen van proportionaliteit (is er een redelijke verhouding tussen de inbreuk die het gevolg is van de maatregel en het doel dat met de maatregel wordt nagestreefd?) en subsidiariteit (kan het doel met minder ingrijpende maatregelen worden bereikt?).

Productiebedrijven die gas gebruiken en het omgevingsplan

Zoals de wet nu (nog) is vormgegeven zou deze wet ook gebruikt kunnen worden om industriële bedrijven of bestaande bedrijventerreinen aan te wijzen als ‘gasloos gebied’. In de toelichting staat dat deze wet voornamelijk gericht is op woonwijken en dat er voor industriële bedrijvigheid andere beleidslijnen zijn uitgezet. Dat deze wet (vooralsnog) niet voor het reguleren van bedrijven bedoeld is, betekent niet dat deze wet daar toch voor gebruikt zou kunnen worden.

Uitzonderingslijst

Om te voorkomen dat een gemeente deze wet gaat gebruiken om ten koste van bedrijven sneller hun energiedoelen halen, is in deze wet nog wel een escape ingebouwd. In de wet is namelijk een mogelijkheid opgenomen voor de regering om een lijst op te stellen met categorieën van gebouwen of milieubelastende activiteiten waarvoor het ‘gasverbod’ niet mag gelden. In de toelichting bij de wet wordt aangegeven dat deze lijst voornamelijk bedoeld is voor ziekenhuizen, noodvoorzieningen of elektriciteitscentrales die gas stoken. Het kan zijn dat deze lijst later nog wordt uitgebreid met bedrijven waarvoor het gebruik van gas voor de productie essentieel is. Daar is vooralsnog geen sprake van.

Wanneer de restwarmte van een productiebedrijf gebruikt kan worden om huizen te verwarmen lijkt dat een goede reden om op die lijst te worden opgenomen. Hoe dat onder de Omgevingswet precies in zijn werk gaat wordt waarschijnlijk geregeld in de toekomstige Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Een koppeling tussen de restwarmte van een productiebedrijf en woningen biedt aan productiebedrijven waarschijnlijk de mogelijkheid om voor het productieproces gas te mogen blijven gebruiken.

Conclusie

Het uiteindelijk aanwijzen van een ‘gasloos gebied’ moet worden gezien als een sluitstuk van een lang (onderzoeks)proces. De drempel om een gebied als ‘gasloos’ aan te wijzen is redelijk hoog. Gemeentes zullen niet ‘zomaar’ gebieden aanwijzen die van het gas af moeten omdat er aan zo’n besluit een stevige onderbouwing ten grondslag moet worden gelegd. Een gemeente zal in de Transitievisie en uitvoeringsplannen minutieus in kaart moeten brengen wat de energiebehoefte van gebouwen is en moeten aantonen dat er betaalbare alternatieven zijn voor gas.

Daarnaast zullen er mogelijk ruime subsidies moeten worden aangeboden voor het overstappen op een andere warmtebron om een fair balance te bereiken. Om weloverwogen investeringsbeslissingen te nemen in de toekomst is het dus zaak om goed in de gaten te houden welk warmtebeleid er in een gemeente wordt vastgesteld. Dit warmtebeleid biedt aan veel productiebedrijven waarschijnlijk ook koppelkansen als de restwarmte die vrijkomt bij het productieproces gebruikt kan worden voor de verwarming van huizen.

Wij houden de ontwikkelingen omtrent deze wet en de warmtetransitie nauwlettend in de gaten. Heeft u vragen over welke veranderingen deze aankomende wet voor u meebrengt? Neem dan contact op met Mink Oude Breuil. Hij helpt u graag verder!


[1] Zoals bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, Omgevingswet.

[2] Met beide termen wordt hetzelfde gemeentelijk besluit bedoeld. “Transitievisie warmte” is de term die op basis van de beleidsinhoud van dat besluit is gehanteerd in het Klimaatakkoord; “warmteprogramma” is de term die bij de juridische inbedding van dat besluit in de Omgevingswet aansluit bij de juridische terminologie van de Omgevingswet.


Lees ook


Stuur Mink uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.