Kennis

Vastgoedsector weet weg naar Ondernemingskamer te vinden voor enquêteprocedures

  452x      3 min      21 november 2016
Ook gepubliceerd in Vastgoedjournaal, 6 maart 2015

Wat te doen als het niet meer botert tussen de aandeelhouders, directie of Raad van Commissarissen? Wat als één van de bestuurders of aandeelhouders statutaire afspraken niet nakomt? Als een directeur of een aandeelhouder de onderneming concurrentie aandoet of zogenaamde corporate opportunities doorspeelt aan andere partijen?

De wet biedt een aandeelhouder of bestuurder verschillende mogelijkheden om in te grijpen. In de praktijk zien we dat verreweg de meeste van dit soort geschillen worden neergelegd bij de ondernemingskamer. De ondernemingskamer maakt onderdeel uit van het gerechtshof Amsterdam, en richt zich specifiek op geschillen in en rond rechtspersonen. Het gaat dan in bijna alle gevallen om B.V.’s of N.V.’s. Opvallend is dat in de onroerendgoedsector – in vergelijking met andere sectoren – de meeste enquêtes worden verzocht.

Hoe kan de toenemende invloed van de ondernemingskamer als geschillenbeslechter binnen ondernemingen worden verklaard? Welke bestuurder of aandeelhouder wil immers dat de onderneming tijd, kosten en energie steekt in een enquêteprocedure? De meest voor de hand liggende verklaring is dat alle alternatieven die de wet biedt minder aantrekkelijk zijn. Alternatieven zijn simpelweg meer tijdrovend, kostbaar en zijn vaak minder effectief.

In veel gevallen wil een aandeelhouder helemaal geen onderzoek, maar gebruikt hij de enquêteprocedure als pressiemiddel om bijvoorbeeld een exit te forceren. Een minderheidsaandeelhouder die bijvoorbeeld met lede ogen aanziet hoe een bestuurder omgaat met belangenverstrengeling, bijvoorbeeld bij het uitkeren van bonussen, het ontplooien van concurrerende activiteiten of manipulatie van cijfers, heeft in de praktijk maar één reële mogelijkheid om dit aan de kaak te stellen, en dat is door middel van een enquêteprocedure bij de ondernemingskamer. Dat is niet zo gek als men bedenkt dat uit beschikkingen van de ondernemingskamer blijkt dat in circa 40% van de gevallen een schikking wordt getroffen. Daarbij dient men zich te bedenken dat een onbekend, maar ongetwijfeld aanzienlijk aantal zaken wordt geschikt voordat de ondernemingskamer een beschikking wijst, zodat het werkelijke aandeel van de zaken die wordt geschikt waarschijnlijk veel hoger ligt.

De ondernemingskamer heeft in de loop der jaren de reputatie ontwikkeld een gevoelig oor te hebben voor bestuurders die het met belangen van (minderheids)aandeelhouders niet zo nauw nemen. Veelvoorkomende onderwerpen die aan de ondernemingskamer worden voorgelegd zijn:

  • Schending van wet of statuten;
  • Belangenverstrengeling;
  • Impasse in besluitvorming;
  • Concurrentie;
  • Dividendbeleid.

Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen dat aanleiding is geweest voor een aantal wetstechnische wijzigingen in het enquêterecht geeft een interessant beeld over de effectiviteit van de ondernemingskamer. Zo blijkt dat de ondernemingskamer in meer dan 75% van de gevallen waarin vermeende belangenverstrengeling aan de orde is, een enquête bij niet beursgenoteerde vennootschappen toewijst. Voor conflicten tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders is dat toewijzingspercentage 65%. Voor schending van wet en/of statuten 66%.

Het doel van een enquête is dat een onderzoek wordt gedaan naar het beleid en de gang van zaken binnen een onderneming teneinde vast te stellen of er sprake is geweest van wanbeleid, wie daarvoor verantwoordelijk is, en of er structurele maatregelen moeten worden getroffen bijvoorbeeld in de vorm van ontslag van een bestuurder. Van belang is te realiseren dat na toewijzing van een enquêteverzoek (het onderzoek moet dan nog starten) de ondernemingskamer zeer vergaande maatregelen kan treffen bij de onderneming in kwestie. De ondernemingskamer deinst er niet voor terug om bestuurders te schorsen, andere (onafhankelijke) bestuurders of commissarissen te benoemen, of zelfs aandelen (ten titel van beheer) aan een onafhankelijke derde over te dragen. De ondernemingskamer kan dat bovendien op zeer korte termijn doen (de ondernemingskamer beslist veelal binnen 10 tot 12 weken nadat een verzoek is ingediend, en soms sneller).

De andere kant van deze medaille is dat aandeelhouders op deze manier een krachtig middel in handen hebben om het bestuur van een onderneming onder druk te zetten ook in gevallen waarin er eigenlijk niet zoveel aan de hand is. Denk bijvoorbeeld aan gevallen waarin een aandeelhouder zijn aandelen wenst te verkopen aan de andere aandeelhouders, maar geen reële prijs dreigt te ontvangen. Een conflict tussen de aandeelhouders of met het bestuur ontstaat dan snel. Met name bestuurders staan dan voor de uitdaging om zorgvuldig met alle betrokken belangen om te blijven gaan.


Lees ook


Stuur Tom uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.