Kennis

Vrijheid van meningsuiting of recht op privacy?

  921x      3 min      8 september 2017
Ook gepubliceerd in Het Drogisten Weekblad

Eerder ben ik in de Juridische Vraagbaak al in gegaan op het online gebruik van afbeeldingen, zoals foto’s. Conclusie was dat het kopiëren van een afbeelding naar je eigen website zonder toestemming van bijvoorbeeld de fotograaf niet is toegestaan en inbreuk maakt op zijn auteursrecht. Van belang is dan ook altijd na te gaan wie de rechthebbende is van een bepaalde foto en toestemming te vragen voordat de afbeelding wordt overgenomen. Naast auteursrechten, kunnen er op een foto ook portretrechten rusten van degene die op de foto staat. Hoe zit dat eigenlijk met het portretrecht?

In de eerste plaats moet een onderscheid worden gemaakt tussen in opdracht en niet in opdracht vervaardigde portretten. Een portret dat in opdracht is gemaakt, mag niet worden openbaargemaakt zonder toestemming van de geportretteerde. Dat is anders bij een portret dat niet in opdracht is gemaakt. De openbaarmaking van een dergelijk portret kan alleen worden tegengegaan wanneer een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. Wanneer een fotograaf een foto van u maakt als toevallige voorbijganger of als bezoeker van een festival, kan deze foto in beginsel dus gewoon worden gepubliceerd. Of u zich daartegen kunt verzetten, hangt af van de context waarin de foto is geplaatst. Een enkel beroep op het recht van privacy is in ieder geval niet voldoende.

Dit is recent weer aan de orde gekomen in een uitspraak van het hof Amsterdam over een foto die was afgebeeld op de voorpagina van de Volkskrant. Een man met een “moslim-achtig uiterlijk” werd op weg naar luchthaven Schiphol tegengehouden door de Koninklijke Marechaussee en een aantal militairen voor een controle. De volgende dag stond een foto van de man op de voorkant van de Volkskrant, waarop de man vanuit zijn auto in gesprek was met een lid van de Koninklijke Marechaussee. Daarnaast stonden op de achtergrond van de foto zwaar bewapende militairen. Op deze foto was in grote letters de tekst: “Is Schiphol nog veilig?” afgedrukt en in kleinere letters “Na de marechaussee wordt nu het leger ingezet voor extra bewaking van Schiphol. Wat staat de reiziger nog meer te wachten – en helpt het?”.

De man stelde zich op het standpunt dat door het zonder toestemming publiceren van deze foto inbreuk is gemaakt op zijn privacy en portretrechten en verzocht De Volkskrant om rectificatie. Toen De Volkskrant hiertoe niet bereid bleek, is de man een procedure gestart. De rechtbank heeft de man een voorschot op een immateriële schadevergoeding van € 1.500,00 toegewezen. De Volkskrant is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan.

Het hof stelt voorop dat bij een botsing tussen enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eerbieding van de persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam, aan de hand van alle omstandigheden van het geval moet worden bepaald welk recht in een concreet geval zwaarder weegt. Iemand kan zich als gezegd tegen de openbaarmaking van een zonder toestemming gemaakte foto verzetten, indien hij of zij daarbij een redelijk belang heeft. Om te bepalen of dat het geval is moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam anderzijds. Het is niet zo dat een van beide rechten altijd voorgaat op het andere. Van belang is bijvoorbeeld dat de pers de taak heeft informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden; daarvoor moet het recht op privacy in bepaalde mate wijken. Volgens het hof droeg de publicatie met foto in De Volkskrant in dit geval echter niet bij aan het publieke debat. De kop, die volgens het hof vaak als eerste wordt waargenomen, had anders gemoeten. Door plaatsing van de betreffende kop bij de foto werd de indruk gewekt dat de man te maken zou kunnen hebben met terrorisme en dat is in strijd met zijn recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en zijn eer en goede naam. De door de rechtbank toegewezen schadevergoeding blijft daarom ook in hoger beroep overeind.

Geconcludeerd kan worden dat een beroep op het portretrecht pas slaagt, indien de geportretteerde een redelijk belang heeft zich tegen publicatie van een foto te verzetten. Dat zal over het algemeen niet snel het geval zijn, gelet op het recht van vrijheid van meningsuiting aan de andere kant. Dit neemt niet weg dat het bij plaatsing van een foto waarop een herkenbare persoon staat, van belang is rekening te houden met de context waarin de foto wordt geplaatst. De foto van de man in de Volkskrant kan in andere context, bijvoorbeeld met een andere kop, wel gewoon worden geplaatst.


Lees ook


Stuur Valerie uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.