Kennis

Wil je als bouwbedrijf een investeerder aan boord hebben?

  771x      4 min      28 June 2018

Bij een stijgende omzet hoort een stijgende behoefte aan (werk)kapitaal. Financiering daarvan kan door middel van vreemd vermogen, of door meer kapitaal aan te trekken in de vorm van eigen vermogen. Wat betekent het voor een bouwbedrijf als er een investeerder wordt gevonden die toetreedt als aandeelhouder en op die manier deelneemt in het kapitaal?

Meerderheids-/minderheidsbelang

De meeste bouwbedrijven zijn ondergebracht in een besloten vennootschap (B.V.). Daarbij is allereerst de vraag aan de orde of het nog uitmaakt welk percentage van de aandelen door de investeerder wordt verkregen. Iedereen weet wel dat als je de meerderheid van de aandelen overdraagt, dat normaal gesproken tot gevolg heeft dat de zeggenschap in de onderneming in handen komt van de investeerder. Dat wil men meestal voorkomen door een investeerder een minderheidsbelang te geven. Maar welke invloed krijgt een investeerder met een minderheidsbelang? Er is de laatste jaren veel jurisprudentie ontwikkeld (en die is nog steeds in beweging) op het gebied van de bescherming van minderheidsaandeelhouders, en de daartegenover staande verplichting van de meerderheidsaandeelhouders om zorgvuldig om te gaan met belangen van minderheidsaandeelhouders. Het voert te ver om daar uitvoering op in te gaan, maar het is raadzaam in het achterhoofd te houden dat voor alle besluiten die moeten worden genomen geldt dat de meerderheidsaandeelhouder niet simpelweg kan doen waar hij zin in heeft. Een meerderheidsaandeelhouder (zeker als deze tevens bestuurder is) moet er ook rekening mee houden dat hij transparant moet zijn over de gang van zaken en dat hij beslissingen goed moet kunnen uitleggen aan de minderheidsaandeelhouder, zeker als er sprake is van beslissingen waarbij persoonlijke belangen zijn betrokken. Het is dus beslist niet zo dat een meerderheidsaandeelhouder kan doen zoals het hem goeddunkt.

Percentage

Wat betreft het percentage hangt het voorts af van afspraken die partijen maken over besluitvorming. Veelal zal een investeerder voor bepaalde belangrijke besluiten een zogenaamde blocking vote verlangen, zodat hem een vetorecht wordt gegund op bepaalde onderwerpen. Deze onderwerpen kunnen verstrekkend zijn en zullen in de praktijk de vrijheid van het bestuur/de meerderheidsaandeelhouder aanzienlijk kunnen beperken. Men dient bovendien in het achterhoofd te houden dat als de investeerder meer dan 10% van de aandelen verwerft, de investeerder dan meer invloed krijgt in verband met vergaderrechten. Ook is dit de drempel om in geval van geschillen naar de Ondernemingskamer te stappen mocht hij het niet eens zijn met het beleid en de gang van zaken binnen de onderneming. Een andere drempel die in het oog moet worden gehouden is die van 5%. Krijgt een aandeelhouder 5% of minder aandelen, dan kan hij, ook als hij dat niet wil, worden uitgekocht.

Ondernemer

In de praktijk hangt de financiering die gepaard gaat met de toetreding van de investeerder meestal samen met de persoon van de ondernemer achter het bouwbedrijf. Dat heeft veelal tot gevolg dat de investeerder voorwaarden stelt aan de betrokkenheid van de ondernemer bij het bouwbedrijf. Het kan dus zo zijn dat de investeerder zeggenschap wil over het bestuur van het bedrijf ook in het geval van onverhoopte arbeidsongeschiktheid of overlijden van de ondernemer, maar ook in het geval de bestuurder naar het oordeel van de investeerder niet of onvoldoende functioneert. Wat partijen daaronder verstaan kan nog wel eens tot lastige discussies leiden die men het liefst voor de toetreding van de investeerder wil hebben beslecht.

Besluitvorming

Ook de zittende aandeelhouder moet zich realiseren dat als hij een investeerder aan boord heeft, besluitvormingsprocessen anders zullen verlopen. De investeerder zal immers bij belangrijke beslissingen willen worden betrokken, en dat is ook niet onbegrijpelijk afhankelijk van zijn financiële betrokkenheid. Soms is dat doordat een van de investeerders tevens bestuurder wordt van het bouwbedrijf, of dat de investeerder het recht krijgt een van de leden van de Raad van Commissarissen te benoemen. De uitdaging in zo’n geval is een structuur van besluitvorming af te spreken die in de praktijk ook voldoende effectief is.

Exit investeerder

Als het gaat om de belangen van de investeerder is het goed voor ogen te houden dat veel investeerders niet alleen geïnteresseerd zijn in dividend, doch ook in de mogelijkheid om op enig moment de aandelen weer te verkopen, ervan uitgaande dat de waarde van de aandelen dan zijn gestegen. Veel investeerders stellen dan ook als voorwaarde dat zij op enig moment het recht hebben de onderneming in zijn geheel te verkopen, in welk geval de zittende aandeelhouder dus verplicht is zijn aandelen mee te verkopen. Een dergelijke voorwaarde is op zich niet onbegrijpelijk (want hoe kan de investeerder anders zijn aandelen te gelde maken, zeker in het geval hij een minderheidspakket heeft) maar het heeft natuurlijk wel verstrekkende gevolgen voor de andere aandeelhouders, en niet te vergeten het bouwbedrijf zelf.

Verkoop

Als het gaat om mogelijke verkoop van de onderneming op enig moment, dan is het zaak in het achterhoofd te houden dat de meeste B.V.’s zo zijn georganiseerd dat aandelen eerst aan de medeaandeelhouder moet worden aangeboden, en dat de prijs wordt bepaald door deskundigen. Kortom, de vrijheid om aandelen te verkopen in de markt is (ook voor de zittende aandeelhouder) beperkt als er een investeerder aan boord is. De investeerder zal bovendien veelal contractueel invloed willen hebben op dat verkoopproces.

Geschillen

Als het uiteindelijk niet botert tussen de bouwondernemer en de investeerder, dan is raadzaam vooraf afspraken te maken hoe met geschillen wordt omgegaan, en hoe men van elkaar afscheid zou kunnen nemen als geschillen onoplosbaar blijken. Niets regelen is onverstandig omdat een aandeelhouder nu eenmaal niet tegen zijn wil kan worden uitgekocht (zo lang zijn belang meer is dan 5%, zie hiervoor). Bovendien zijn er nauwelijks juridische middelen beschikbaar (hoge uitzondering daargelaten) om een aandeelhouder het bedrijf ‘uit te werken’ in het geval een conflictsituatie uit de hand loopt en een gevaar vormt voor de continuïteit van de bouwonderneming. Veelal worden dergelijke conflicten voorgelegd aan de Ondernemingskamer, een gerechtelijke instantie die gespecialiseerd is in conflicten binnen bv’s, maar dergelijke procedures zijn vaak tijdrovend en kostbaar. Een goede contractuele regeling op grond waarvan aandeelhouders elkaar kunnen uitkopen in geval van conflicten verdient daarom de voorkeur. De bouwondernemer zou zich ook het recht kunnen voorbehouden de investeerder altijd uit te kunnen kopen, waartegen de investeerder op zijn beurt voldoende ‘return on investment’ wil zien voordat hij daarmee akkoord zou kunnen gaan.

Slot

Hiervoor is op een aantal hoofdlijnen geschetst wat de mogelijke gevolgen zijn voor de bouwonderneming en haar aandeelhouders als een investeerder toetreedt ter versterking van het eigen vermogen. De impact daarvan voor juridische verhoudingen binnen de onderneming moeten niet worden onderschat. Dergelijke investeringstrajecten vergen tijd en aandacht, en niet in de laatste plaats maatwerk als het gaat om de juridische uitwerking.


Lees ook


Stuur Tom uw reactie of vraag:


  • Uw reactie wordt niet online geplaatst. U kunt erop vertrouwen dat wij uw persoonlijke gegevens verwerken volgens onze privacy policy.

Als professional blijft u met onze nieuwsbrief altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.